kunstbus

(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


teak fruitschaal of saladeschaal van Alfi voor Hans Hansen

Een grote stijlvolle teak salade- of fruitschaal, in de jaren vijftig vervaardigd door het Deense bedrijf Alfi voor de befaamde winkel en werkplaats Hans Hansen in Kolding, Denemarken. Het stickertje van het warenhuis zit nog op de bodem geplakt.
Prijs: € 800

Dit artikel is 23-02-2009 voor het laatst bewerkt.

Spinnen

1. spinnen (textiel), draden maken van vezels.
2. Spinnen (dieren) (Araneae), orde van geleedpotige dieren.
3. spinnen (kat), het geluid dat een kat produceert, bijvoorbeeld als hij tevreden is.
4. Spinning, vorm van fitness.

Spinnen (textiel)
Spinnen is het ineendraaien van losse vezels tot draad. De losse vezels van materialen als wol, vlas en katoen zijn nog niet geschikt om mee te weven, te naaien, te breien of te haken. Ze moeten daarom eerst tot bruikbare draden verwerkt worden.

Als eerste handeling moeten de losse vezels voorbereid worden, het vuil moet eruit worden gehaald en de vezels moeten in één richting komen te liggen. De bewerking hiervoor wordt kaarden genoemd. Vroeger werd hiervoor wel de kaardenbol gebruikt. Bij handspinnen kan hiervoor zowel een kaardrol als kaardplanken worden gebruikt. De kaardrol bestaat uit twee rollen die over de hele oppervlakte bezet zijn met korte haakjes(garnituur genaamd) De rollen zitten dicht tegen elkaar geplaatst in een houder. Tijdens het ronddraaien met een handel, wordt er bijvoorbeeld de wol van een schaap tussen de rollen geduwd, ontstaan er vezels die in een richting komen te liggen. Hetzelfde effect wordt bereikt met de kaardplanken c.q. borstels. De planken hebben een licht gebogen vorm en zijn ook bezet met garnituur over de hele oppervlakten.
Het kaarden met borstels gebeurt als volgt: in beide handen wordt een borstel genomen, het stukje wol wordt op een van de borstels gelegd, en door nu een korte trekkende beweging te maken worden de vezels een kant op getrokken. In de industrie is het principe nog steeds hetzelfde, met naalden bezette kaardwalsen krassen de vezels in de goede richting.

Het spinnen is erop gebaseerd dat door het in elkaar draaien van de losse vezels, er een langere en sterkere draad kan ontstaan. Dit kan gebeuren met verschillende hulpmiddelen. De allereenvoudigste manier is met de vingers, maar daarmee ontstaat een onregelmatige draad. Bovendien gaat het spinnen dan erg langzaam.

De eenvoudigste manier van spinnen is met een steen. Dit proces werd waarschijnlijk al in de prehistorie gebruikt, waarbij eenvoudig een steen aan een draad werd gehangen. Door deze een zwiep te geven, bleef de steen draaien. Aan het losse uiteinde werd langzamerhand meer vezelmateriaal toegevoegd.

Een andere eenvoudige manier om te spinnen is met behulp van een spintol. De spintol bestaat uit een rond stokje waaraan een plat rond schijfje is bevestigd. Aan dit schijfje wordt een draad bevestigd, waarbij de tol met het schijfje naar beneden hangt. In de ene hand wordt de draad met de te spinnen vezels over de hand vastgehouden, de andere hand zal steeds kleine plukjes van de vezels pakken en toevoegen aan de bestaande draad. Door de draaiende beweging van de tol zal de draad worden gevormd.

Spinnewiel
Een hele vooruitgang ten opzichte van de spintol is het gebruik van een spinnewiel. Hoewel er verschillende typen spinnewielen zijn, is de werking ervan hetzelfde.

Het spinnenwiel bestaat uit een klos, welke aan het draaien wordt gebracht. Hieraan wordt een begindraad bevestigd, die ronddraait en de aangevoerde wol tot een draad spint. De bol wol wordt op een spinrok gestoken. De wol wordt aangevoerd door een spingat, door de draaibeweging tot een draad gesponnen, en op de klos gewonden. De snelheid van de klos kan met een schroef worden ingesteld.
Afhankelijk van de mate van perfectionering van het spinnewiel en de dikte van de geweven draad, kan een spinner of spinster met een spinnenwiel per dag 2 tot 4 maal meer draad spinnen dan met een spinklos.
Nadeel van het spinnewiel was dat het maar één spindel had.

Spinnewielen kunnen we onderscheiden naar de plaats van het aandrijfwiel. Bij de oudere typen is dit naast het spingedeelte.

Rond de 12e eeuw verschenen de eerste, handaangedreven spinnewielen. In China zou er een spinnewiel op een schilderij uit 1035 staan, waar anderen beweren dat het spinnewiel in India is uitgevonden.

De vroegste vorm is het handspinnewiel dat waarschijnlijk afkomstig is uit het Midden-Oosten. Het is gemonteerd op een plank die dwars voor de spinster op de vloer ligt. Rechts van de spinster bevindt zich dan het aandrijfwiel, dat d.m.v. een kruk met de hand wordt bediend. Dergelijke handspinnewielen waren in Europa in de 14de eeuw in ieder geval zeer algemeen en waarschijnlijk ook al vele eeuwen daarvoor.
Het Europese handspinnewiel verschilt van het Oosterse doordat het was gemonteerd op een lage bank in plaats van op een plank. Het bleef hier en daar in gebruik tot in de 20ste eeuw, ook in Nederland.

De oudste afbeelding van een spinnewiel in Europa is van Leonardo da Vinci en dateert uit 1480. Hierop was een wiel te zien met een spindelhoofd. Later stelde hij voor om het spoelen en het spinnen in een enkel werktuig te combineren. Hieruit ontwikkelde een Duits ingenieur het tegenwoordig gangbare type voetaangedreven spinnewiel tussen 1520 en 1530. Het in 1530 uitgevonden spinnewiel, met een scheef plankje als basis, wordt een spinnewiel van het Saksische type genoemd.

Rond 1500 ontstonden de spinnewielen met voetaandrijving waarbij een trapplank is bevestigd aan het aandrijfwiel, via een bepaalde overbrenging wordt het wiel door middel van een snaar aangedreven. Dit wiel zit verbonden met een klos, waarop een u-vormig gedeelte zit. Op dit u-vormige gedeelte zitten haakjes, dat de vlucht wordt genoemd, via welke de draad op de klos wordt gewikkeld. De vlucht op zijn beurt zit weer op een spil die uit de klos kan worden genomen om de volle klos door een lege te vervangen. Om verschil in snelheid te krijgen tussen klos en vlucht zit er over de vlucht een rem. De rem kan eenvoudig uit een stukje leer bestaan.

Het oudste trapspinnewiel was zoals het handspinnewiel gemonteerd op een bankje, met het spinmechanisme naast het aandrijfwiel. In deze constructie vinden wij de grondvorm van het huidige ‘langstaart’-type volledig terug.

De term langstaart wordt gebruikt ter onderscheiding van het in de 17de eeuw in het Zuidduits-Zwitserse gebied ontwikkelde Tirolertje, een op een rond krukje geconstrueerd, verticaal model waarvan de spil zich boven het aandrijfwiel bevindt in plaats van ernaast. Dit werktuigje viel vanwege zijn geringe aanspraak op plaatsruimte bijzonder in de smaak bij de Rijnschippers.

Bij de modernere typen zit het aandrijfwiel onder het spingedeelte. Dit nieuwe type wordt ook wel een schippertje genoemd, omdat dit handig was op de schepen vanwege het feit dat het minder ruimte innam. Dit laat tegelijk zien dat mannen ook sponnen, als er weinig te doen was op het schip bijvoorbeeld. De oudere typen spinnewielen, stonden op drie poten waarop een constructie was gemaakt. Bij de nieuwere typen zijn deze poten vervangen door balkjes waarop het geheel rust.

Spinnewielen van het Scandinavische type zijn juist weer heel groot. Hier zijn de onderdelen opgehangen in een vierkant frame.

Terwijl de langstaart vrijwel steeds een ambachtelijk product is, gemakt door de wieldraaier, maken de 19de eeuwse schippertjes de indruk hoofdzakelijk machinaal te zijn gemaakt, met gepolitoerde onderdelen en versierd met porseleinen, ivoren of benen knopjes.
Het spinnewiel raakte tegen het eind van de 19de eeuw in onbruik.

Spinmachines
Het handmatig spinnen is ééntonig en vooral een langdurig, dus kostbaar, proces. Bij de industrialisatie is het weven veel sneller geëvolueerd en daardoor ontstond een groot gebrek aan garens, daar niet voldoende garens met de hand konden worden gesponnen. Daardoor is het spinnewiel al snel in onbruik geraakt en vervangen door grote en efficiënte spinmachines, die bovendien mooiere regelmatige draden kunnen produceren.

. 1764 Spinning Jenny, uitgevonden door James Hargreaves. Het nadeel aan de Spinning Jenny, die al dateerde van 1764, was dat die enkel fijne breekbare draad kon spinnen, die enkel geschikt was voor de inslag.(24 garens in een keer met de hand spinnen)
. 1769 Waterframe: uitgevonden door Richard Arkwrightin 1769. Een verbetering met de aandrijving op waterkracht, maar die kon enkel grove, sterke draad spinnen, die geschikt was voor schering.
. 1779 werd een combinatie van beide machine's ontwikkeld, de Mule Jenny, die zowel sterkere als fijnere draden kon spinnen, nodig voor het weven van puur katoen. Men was niet meer afhankelijk van een linnen ketting(schering). Alles in een ontwikkeling naar een grotere garenproduktie om de veel grotere vraag naar weefsels bij te houden. (een veelvoud aan garens in een keer spinnen)

Het duurde nog tot 1780 vooraleer spintoestellen aangedreven werden met stoomkracht.

De gesponnen draden
Volle spoelen(klossen) met gesponnen garen(draad) kunnen worden opgeslagen in een scheerraam (kettingraam) om er later mee te kunnen weven. Een ander deel van de garens wordt op kleinere spoelen gespoeld om te kunnen inslaan(inslag weven).

De selfactor was een verdere ontwikkeling van de spinning Jenny die nog met de hand bediend werd. De selfactor was zogenaamd 'self-acting',het twisten(draaien) van de spinlont, evenals het opspoelen van het garen op klosjes gebeurde machinaal.

Twijnen
Een enkele gesponnen draad is meestal te dun of te zwak, daarom moet na het spinnen getwijnd worden. Twijnen is het in elkaar draaien van tenminste twee draden. Dit twijnen kan gebeuren met het spinnewiel, of met modernere machines, maar meestal zal deze in omgekeerde richting moeten draaien om in getwijnd zachtere draden te krijgen, tegengesteld aan de twistrichting van het enkele garen, (voor bijv.weefsels) of juist in dezelfde richting om een hardere draad te krijgen(voor naaigarens). Ook kunnen op deze manier draden van verschillend materiaal - kleur - of structuur worden getwijnd.

Verven
Om kleur te geven kan men de garens verven. Verven kan ook in het weefsel plaatsvinden. Hiervoor kan men fabrieksmatig gemaakte verf gebruiken, maar zeker zo mooi is om natuurlijke verven te gebruiken. Deze kunnen zelf gemaakt worden van planten. De resultaten kunnen vaak erg verrassend zijn. Nadeel is de geringere kleurechtheid van de kleuren, hetgeen vooral bij oudere wandtapijten duidelijk kan zijn.

Beitsen
Om te kunnen verven moet bijvoorbeeld de wollen draad eerst worden gebeitst. Dit beitsen gebeurt door bepaalde chemicaliën. Dit is nodig omdat anders de verf zich niet aan de draad zal hechten.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Spinnen.



(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


teak fruitschaal of saladeschaal van Alfi voor Hans Hansen

Een grote stijlvolle teak salade- of fruitschaal, in de jaren vijftig vervaardigd door het Deense bedrijf Alfi voor de befaamde winkel en werkplaats Hans Hansen in Kolding, Denemarken. Het stickertje van het warenhuis zit nog op de bodem geplakt.
Prijs: € 800

Pageviews vandaag: 399.