kunstbus
Dit artikel is 01-04-2020 voor het laatst bewerkt.
Twitter: Tweet Follow Tweet naar over
Facebook:

Of mail uw vraag of opmerking over dit artikel naar kunstbus@gmail.com

veenontginning

Met veenontginning wordt doorgaans het in cultuur brengen van hoogveengebieden gedurende de middeleeuwen bedoeld. Turfwinning was hier bijzaak; het veen is grotendeels spontaan verdwenen door ontwatering, inklinking en zetting. De landschappen die hierdoor ontstonden, worden wel veenlandschappen genoemd.

Een voorbeeld van een veenontginning is de zogenaamde Grote Ontginning in Zuid-Holland en Utrecht.

Vanaf de vijftiende en zestiende eeuw begon men daarnaast systematisch turf te winnen, hetgeen wel als vervening wordt aangeduid.

Bij veenontginning valt de nadruk op:

1. De noodzaak tot zorgvuldige regeling van de waterstand en de hieraan verbonden moeilijkheden. Een te hoge waterstand verlaagt de opbrengst en vermindert de draaagkracht van het land, waardoor het vee de zode op grasland stuktrapt met sterke onkruidontwikkeling als gevolg. Een te lage waterstand heeft ook opbrengstverlaging tot opbrengstverlaging en bovendien gevaarlijke indroging, die tot blijvende achteruitgang van de grond kan leiden.bRegeling van de waterstand vereist stuwen in de waterlopen, waar mogelijk in de zomer wateraanvoer, terwijl op diepe venen drainage gewenst is.

2. De gunstige invloed van een zanddek, al of niet vermengd met de bovenlaag van het veen. De verdamping wordt hierdoor geringer, dus het gevaar voor uitdroging kleiner, de grond wordt warmer en minder gevoelig voor nachtvorst, terwijl de draagkracht na het bezakken van het zand toeneemt;

3. De slappe structuur van het veen, welke noodzaakt tot een speciale uitrusting van de ontginningswerktuigen. Paarden moeten van trippen worden voorzien, trekkers van zeer brede wielen. Ongelijke inklinking van geƫgaliseerd veen of van veen, dat voor de eerste keer wordt ontwaterd, noopt na enige jaren tot na-egalisatie. In diepe venen bemoeilijkt de geringe draagkracht de ontsluiting; wegenaanleg is kostbaar evenals de bouw van boerderijen

4. Voedselarme oligotrofe venen zijn zuur en vergen een vrij zware bekalking en bovendien een zware bemesting. Voedselrijke eutrofe venen behoeven geen bekalking en meestal ook geen stikstofbemesting;

5. Oude veenformaties zijn vaak slecht doorlatend. Indien zij dicht onder de bouwvoor worden aangetroffen, is doorspitten noodzakelijk.

Een overzicht van de veengebieden kan aan de hand van het voorkomen en de eigenschappen van de venen als volgt worden gegeven:
a. Onvergraven, hooggelegen, voedselarme venen werden voorheen gebruikt voor de veenbrandcultuur, een vorm van roofbouw met lage opbrengsten aan boekweit.
b. vergraven, voordien hooggelegen, voedselarme veengronden zijn op de meest succesvolle wijze in de Veenkolonieƫn in cultuur gebracht. Deze dalgrondontginning dankt haar ontstaan aan een strenge reglementering van de vervening.
c. Onvergraven, laaggelegen venen bieden na ontwatering en zorgvuldige bewerking de gelegenheid tot aanleg van goed tot zeer goed grasland, vooral indien het veen voedselrijk is.
d. Vergraven, laaggelegen venen vormen het restant van de lage vervening. Na bedijken en droogmalen kunnen zij in cultuur worden gebracht.

Bronnen:
Nieuwe encyclopedie Groningen


Pageviews vandaag: 936.