kunstbus
Dit artikel is 02-04-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

voedsel

Eerst at de mens het voedsel voornamelijk rauw. Na de ontdekking van het vuur werd het de gewoonte het eten te bereiden. Door koken, braden, fermentatie, werd voedsel smakelijker, beter verteerbaar, en langer houdbaar. Tijdens de neolithische revolutie werd de mens van jager-verzamelaar een gesedentariseerd landbouwer.

De door de landbouw toegenomen voedselzekerheid maakte het mogelijk dat ambachtslieden en ambtenaren zich geheel aan hun specialisme konden wijden. Daarnaast werd de landbouw ook verder ontwikkeld, zo introduceerden de Franken onder Karel de Grote de wisselbouw, met het oog op een grotere bodemvruchtbaarheid.

Voedsel in Groningen
In de Middeleeuwen werd dagelijks brood, kaas en bier geconsumeerd. En als de kerk en portemonnee het toeliet werd er veel vlees gegeten. Op bijzondere dagen werd wijn gedronken, maar over het algemeen hield men het bij kluinbier of een goedkopere en dunnere biersoort. Een stad als Groningen verdiende fors aan bieraccijnzen. Concurrentie van de Ommelanden werd door de Stad met forse hand geweerd. In de 17de eeuw moest het kluinbier het afleggen tegen goedkopere soorten uit Holland.

In 1631 ontstond een voedseltekort door het stagneren van de korenaanvoer ten gevolge van oorlog in de Oostzeelanden.

Er werd in deze tijd voornamelijk nog rogge, gerst, erwten, bonen en stokvis gegeten. Vlees en kaas werd een luxe. Brood, karnemelkse pap, erwten, hutspot en 'grof vleesch' stonden ook regelmatig op het menu. De meer welgestelden hadden een rijker menu en importeerden hun voedsel van over de hele wereld: veel wild, gevogelte en vis, diverse groenten en fruitsoorten, ook vijg, olijf en gele kornoelje stonden op het menu. Fruit kwam vaak uit eigen moestuin.

Omstreeks 1735-40 deed de aardappel opgang en werd het brood als volksvoedsel verdrongen. Koffie en thee kwamen in de plaats van bier. Grote werkeloosheid leidde in de jaren '40 tot armoede en deed de honger zijn intrede. maar niet bij de welgestelde burgerij. Daar was juist meer overdaad.

Groene revolutie
Een grote sprong naar een wereldwijde voedselzekerheid vormde de groene revolutie in de landbouw na 1945.

Moderne voedingspatronen
In de westerse wereld is er sinds de tweede wereldoorlog, mede door de wereldhandel, in principe sprake van volledige voedselzekerheid. De westerse voedingspatronen zijn, door de opkomst van de voedingsindustrie, die gebruik maakt van levensmiddelentechnologie, sterk veranderd. Moderne conserveringstechnieken maken het mogelijk om voedsel langer te bewaren. Vanuit een winstoogmerk werden voor het eerst kleurstoffen toegevoegd aan industrieel bereid voedsel, voor een beter uiterlijk van het aangebodene.

Na 1960 kwam er een reactie op deze industriële massaproductie. Sommige idealisten gingen zich toeleggen op ecologische landbouw, waarvan de producten werden verkocht als biologisch of als (op de antroposofische voedingsleer gebaseerd) biologisch-dynamisch. Uit onvrede met de bio-industrie werden sommige consumenten macrobioot, vegetariër of zelfs veganist.

Waar voedselproblematiek vroeger synoniem was aan hongersnood door mislukte oogsten, vormen overgewicht en obesitas nu wereldwijd het grootste voedselgerelateerde probleem, niet in de laatste plaats onder kinderen. Gerelateerde gezondheidsproblemen zijn suikerziekte, kanker en vroegtijdig overlijden.
Een huisarts kan een dieet voorschrijven in combinatie met een gezondere levensstijl, of doorverwijzen naar een diëtist. Daarnaast bestaan er commercieel opgezette afvaldiëten (boeken van afvalgoeroes) en zijn er populaire televisieprogramma's over afvallen.


Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 271.