kunstbus

(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


Winston karaf/vaas Per Lutken voor Holmegaard, Denemarken

Deze zeldzame vaas of karaf is ontworpen door Per Lutken voor Holmegaard in Denemarken. Deze karaf is ooit aangeschaft in het chique warenhuis van Hans Hansen in Kolding in Denemarken.
Prijs: € 300

Dit artikel is 10-02-2009 voor het laatst bewerkt.

Weven

Weven is het vlechten van horizontale en verticale groepen textiel uit draden. Het is een zeer oude techniek waarop heel veel varianten bestaan. De draden waarmee textiel wordt geweven kunnen van verschillend materiaal zijn, waaronder wol, vlas, katoen en zijde.

Voor het weven spant men een aantal draden in verticale richting parallel op. De constructie waarop dit gebeurt heet scheren. De opgespannen draden heten schering of ketting. Soms moeten deze scheringdraden (of kettingdraden) gelijmd (gesterkt) worden om meer veerkracht en weerstand te hebben tegen breuk tijdens het weven. Vervolgens worden één voor één andere draden haaks hierop, op horizontale wijze tussen de schering door, in het weefgetouw ingelegd. Deze draden heten inslagdraden. Deze draden worden strak tegen elkaar aangedrukt.

Een van de eenvoudigste en vroegst uitgevonden weeftoestellen is het weefraam, een draagbare constructie van stokken en planken. De inslag wordt door de wever met de hand ingebracht. Dit weefraam kan vast zijn (beide zijden zijn met elkaar verbonden) of bestaan uit een gedeelte dat aan het lichaam wordt bevestigd en een ander gedeelte dat aan een vast punt (b.v. een boom) vast zit. De wever zelf trekt de draden strak (Heupweefraam).

Bij een weefgetouw - een werktuig of machine om mee te weven - kunnen de draden van de schering (of ketting) per groep worden opgetild door schachten. Door in een bepaald patroon de kettingdraden op te tillen of te laten vallen, ontstaan welbepaalde ingeweven patronen, die soms heel ingewikkeld kunnen zijn.

De schering- of kettingdraden moeten bewogen kunnen worden om ruimte te maken voor het inleggen van de inslag. Bij de oudere weefgetouwen wordt de inslagdraad met een schietspoel tussen de kettingdraden doorgeschoten. Deze schietspoel is een schuitvormig blokje waarin een spoel met draad, die tijdens het heen en weer bewegen wordt afgewikkeld.

Bij modernere weefmachines worden de inslagdraden ingebracht met ofwel starre stangen (grijpers genoemd), met een klein metalen projectiel (op Sulzer weefgetouwen) of de inslagdraden kunnen ingebracht worden met luchtdruk en/of waterstraal. (Sinds in de jaren zeventig van de 19e eeuw modernere machines werden uitgevonden voor het weven, worden deze machines nu niet meer weefgetouwen maar weefmachines genoemd.)

Het soort weefgetouw en de gebruikte techniek om de inslagdraden in te weven worden meestal bepaald door het soort weefsel dat men wenst te weven. Voor tapijten en zware weefsels worden meestal grijpers gebruikt. Bij weefmachines die met waterstraaltechniek werken kan men meestal slechts met synthetische garens weven.

Afhankelijk van de manier waarop de schering bewogen wordt, onderscheidt men drie soorten getouwen:
. De eerste en oudste categorie noemt men schachtengetouwen waarin de schering- of kettingdraden in groepen door middel van schachten op en neer bewogen worden. Hiermee kunnen min of meer eenvoudige bindingen geweven worden. Aansturing van de schachten dmv. nokken op de weefas.
. De tweede categorie is het zogen. dobby-getouw, waarop met een mechaniek beperkt meer bindingvariaties mogelijk zijn.
. De derde categorie wordt doorgaans jacquardgetouw genoemd. In deze getouwen wordt iedere kettingdraad afzonderlijk aangestuurd. Dit systeem laat toe om ingewikkelde tekeningen te weven.

Het eenvoudigste patroon wordt gevormd door de linnenbinding. Hiervoor moet de inslagdraad telkens één kettingdraad opnemen en de volgende laten vallen. De ene inslagdraad neemt de even genummerde kettingdraden op, de volgende de oneven kettingdraden.
Bij ingewikkelder patronen kan de inslagdraad twee of meer kettingdraden in een keer opnemen. Combinaties zijn eveneens mogelijk, waarbij de inslagdraad twee kettingdraden opneemt er er vervolgens één laat vallen (de kettingkeper), of omgekeerd (de inslagkeper). Anderzijds kunnen er ook twee of meer kettingdraden worden opgenomen een een gelijk aantal worden overgeslagen (de gelijkzijdigkeper). Wanneer men het beginpunt steeds verder opschuift ontstaat de keeper, een schuine ribbel in het weefsel.

Bij de 'Transparante weefwijze' zijn de kettingdraden waardoor de inslagdraden lopen niet strak gespannen, waardoor je een open structuur krijgt. De kwaliteit van het garen speelt hierbij een grote rol. Waar men voor gobelins meestal wol of ruw garen gebruikt, komen voor transparante weefwijze alleen wol, zijde of katoen in aanmerking.

Mechanisering van het weven
Reeds in 1678 ondernam de Franse ingenieur De Gennes een poging om het weefgetouw te mechaniseren, gevolgd door Vaucanson in 1745. Deze machines werkten nogal omslachtig en vonden nauwelijks toepassing. Toen de spinmachine echter eenmaal was uitgevonden nam de productie van garen toe en daarmee de behoefte om ook de weefcapaciteit te vergroten.

De ontwikkeling van de eerste bruikbare weefmachine of power loom is te danken aan Edmund Cartwright. De diverse handelingen die bij het weven verricht moesten worden werden aangestuurd door een as waarop zich instelbare excentrieken bevonden. Oorspronkelijk was deze machine gebouwd om met een slinger door handkracht bewogen te worden, maar dit was zeer zwaar werk en bovendien kwamen de voordelen van deze machine pas tot uiting bij een krachtbron met meer vermogen: waterkracht en later stoomkracht. Ook de arbeidsproductiviteit werd verhoogd, want doordat beveiligingsmechanismen waren ingebouwd die, bijvoorbeeld bij draadbreuk, de machine automatisch stopzetten, kon een enkele persoon al spoedig meerdere machines bedienen. De eerste, nauwelijks bruikbare, machine werd geconstrueerd in 1779, maar hij verbeterde zijn weefmachine voortdurend en in 1787 opende hij een eigen fabriek.

Het bracht hem geen geluk. De wevers zagen in de machine een bedreiging voor hun bestaan en allerlei schuldeisers zorgden ervoor dat hij financieel geruïneerd werd. Hoewel Cartwright ten onder ging bleek de machine een groot succes. In 1800 waren er in Engeland al fabrieken met 200 door stoomkracht aangedreven weefgetouwen.

Vervolgens werd getracht om de snelheid van het weven op te voeren. Daartoe moest het proces beter worden gecontroleerd en de nauwkeurigheid opgevoerd. Na 1820 werden de machines van ijzer in plaats van hout vervaardigd. Met 110 inslagen per minuut waren de stoomweefgetouwen omstreeks 1850 al dubbel zo snel als handweefgetouwen. Dit bevorderde de introductie van het stoomweefgetouw ten zeerste.

Een volgende stap betrof het integreren van voorbereidende en controlerende handelingen, waarmee een begin van automatisering zijn intrede deed. Spoelen wisselen behoorde tot deze handelingen. Het scientific management bracht arbeidsdeling met zich mee waardoor de bezigheden van de wever verder werden gerationaliseerd.

De Northrop-weefmachine uit de Verenigde Staten was een half-automatische machine die in 1894 werd gepatenteerd. Hiermee kon een wever wel 24 getouwen tegelijk bedienen. In de USA, waar een gebrek aan arbeidskrachten heerste, werd deze machine in snel tempo ingevoerd; in Engeland en op het Europese continent verscheen ze pas massaal na 1930.

Grotere snelheden werden ook bereikt met nieuwe soorten schietspoelen. Zo maakte de Sulzer-weefmachine ofwel het spoelloze getouw uit 1954 gebruik van een projectiel dat de draad door de scheringdraden schoot, waarna deze vervolgens werd afgesneden en het projectiel terugkeerde. Hiermee waren draadsnelheden tot 100 km/uur mogelijk en snelheden tot ruim 200 inslagen per minuut mogelijk. Later kwam ook het grijpergetouw, waar een grijpertje de draad naar het midden van de sprong bracht en een ander grijpertje het verder trok. Hiermee kon men 400 inslagen per minuut behalen. Tenslotte heeft men het waterjet getouw en het airjet getouw ontwikkeld, waarbij de inslagdraad door de sprong werd geschoten door een waterstraaltje respectievelijk een schot perslucht.

Einde jaren '70 van de 20e eeuw werd de computer geïntroduceerd. Deze registreerde bijvoorbeeld de kwaliteit van het garen.

Weverijmuseum
Het Weverijmuseum te Geldrop is een museum dat zich specialiseert in alle mogelijke variaties van weefgetouwen en -machines en de daar op gemaakte weefsels. Bijna alle machines zijn werkend te bezichtigen. Het museum is gevestigd in een voormalige textielfabriek. Overigens kan men bij een bezoek aan dit museum ontdekken dat er nog vele varianten in weefmachines zijn, die in de loop van de jaren werden ontwikkeld.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Weven.


(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


Winston karaf/vaas Per Lutken voor Holmegaard, Denemarken

Deze zeldzame vaas of karaf is ontworpen door Per Lutken voor Holmegaard in Denemarken. Deze karaf is ooit aangeschaft in het chique warenhuis van Hans Hansen in Kolding in Denemarken.
Prijs: € 300

Pageviews vandaag: 933.