kunstbus
Dit artikel is 23-10-2008 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Cornelis Floris De Vriendt

Vlaams beeldhouwer, architect en ontwerper, geboren 1514 te Antwerpen - overleden 20 oktober 1575 aldaar,

Cornelis Floris De Vriendt, ook bekend als Cornelis II Floris, werd omstreeks 1514 geboren als oudste van de vier zonen van Cornelis I en Margarete Goos. In de familie Floris de Vriendt werd het ambacht van metser en steenhouwer van vader op zoon overgeleverd. Een van zijn voorvaderen was in 1406 als meester toegetreden tot de Brusselse steenbikkeleren.

Cornelis was de zoon van Cornelis I (+17.09.1538), een steenhouwer. In 1539 werd hij vrijmeester van het Sint-Lucasgilde te Antwerpen (in 1547 tweede en in 1559 eerste deken). Tevens was hij lid van het metsersambacht en van de rederijkerskamer de Olijftak (deken 1558-59). Tijdens zijn verblijf in Italië werd hij beïnvloed door Andrea en Jacopo Sansovino. Weldra kwam hij tot een persoonlijke stijl. Hij heeft de groteskendecoratie ten noorden van de Alpen verspreid en deze nieuwe stijlrichting aangepast aan de Vlaamse geest. Samen met Pieter Coecke en Hans Vredeman de Vries is hij de schepper van de zgn. Florisstijl of tweede stijl, dit is de Vlaamse renaissance. Deze stijl is een schakel tussen de laatgotische retabelsnijders en de barok. Door de uitgave van gravures en tekeningen oefende hij een grote invloed uit in de Nederlanden, Duitsland en de Scandinavische landen: Vazen (1548), de gravures met spreukencartouches (1554), Veelderley Veranderinghe van grotissen ende compartimenten (1556), Veelderley nieuwe Inventien (1567).

Als beeldhouwer kreeg Cornelis Floris talrijke bestellingen. Tot zijn grafmonumenten behoren het Dorothea-epitafium (1549) en het Wandgraf van Jan de Merode te Geel (ook te Sleeswijk, te Herlufsholm), het Mausoleum van Christiaan III in de kathedraal te Roskilde (1575). Zeer bekend is het Sacramentshuisje van Zoutleeuw (1550; gotisch verticalisme met renaissance-ornamenten en beelden). Van 1555 dateert het Tabernakel te Zuurbemde dat kleiner van afmetingen is en tevens eenvoudiger. Het Doksaal van Doornik (1570) zal gedurende meer dan een halve eeuw nagevolgd worden.

Als bouwmeester is zijn naam verbonden aan de oprichting van het Stadhuis van Antwerpen (1560-65) en aan het Voorportaal van het Stadhuis van Keulen (1557). (Summa)

De werkzaamheden van Cornelis Floris de Vriendt beperkten zich niet tot de architectuur of de uitgave van zijn schetsboeken met ontwerpen voor versiering die zijn stijl over Noord-Europa verbreidden. Hij was ook beeldhouwer en sterk beïnvloed door zijn verblijf in Italië, waar hij met zijn broer Frans in 1541 de onthulling van Michelangelo's Laatste Oordeel had bijgewoond. Zijn door en door maniëristische fantasie blijkt het best uit de zestien meter hoge stenen tabernakel die hij voor de provincieplaats Zoutleeuw heeft gemaakt. De slanke torenvorm ervan is gotisch maar de geledingen zijn samengevoegd met een Italiaans gevoel voor verhoudingen, en de honderden kleine beelden, apart of in groepen behoren tot de renaissance. (KIB ren 199)


Opleiding
De emigratie van een Brussels ambachtsman naar Antwerpen was een logische stap, aangezien in de groeiende handelsmetropool meerdere grote en interessante bouwwerken ontstonden, onder andere de O.L.V.-kathedraal, het Elisabethgasthuis en talrijke burgerhuizen. Zo belandde een van zijn voorouders in Antwerpen.

Waarschijnlijk deed Cornelis II in het ouderlijke steenkappersatelier zijn eerste ervaringen in het vak op. Voor zover bekend werd hij geen meester in het ambachtsgilde van de steenkappers, maar wel lid van het Sint-Lucasgilde, dat schilders, beeldhouwers en andere kunstenaars verenigde. Het is niet uitgesloten dat Cornelis II Floris zijn leerjaren die hij zoals elke aankomende meester moest doorlopen, doorbracht in het atelier van zijn oom Claudius. Deze was in 1533 als beeldsnijder meester geworden in het Sint-Lucasgilde en was zo de eerste van het steenhouwersgeslacht die meer artistieke paden bewandelde.

Ondertussen begon ten noorden van de Alpen de Renaissance ingang te vinden onder invloed van de Italiaanse kunstenaars. Wellicht hebben contacten met deze nieuwe kunstvorm Cornelis II aangespoord naar Italië te reizen, de bakermat van de vernieuwing en de artistieke cultuur waarop ze gebaseerd was. Tijdens zijn verblijf in Rome heeft hij kennis gemaakt met meesterwerken in Renaissancestijl van Italiaanse grootmeesters, waaronder Michelangelo, die op dat moment aan het werk was in de Sixtijnse kapel. Wellicht in 1538 keerde hij terug naar Antwerpen, naar aanleiding van het overlijden van zijn vader. In 1539 werd hij meester in het Sint-Lucasgilde.

Werk
Cornelis Floris werd een veelzijdig kunstenaar. Hij maakte diverse tekeningen en illustreerde onder andere de "Liggeren" en het "Busboek" van het Sint-Lucasgilde, waar hij het tot deken heeft gebracht. Cornelis Floris was ornamentist, maakte ontwerpen voor kannen en schalen met gotische decoratie, ontwierp friezen en grafmonumenten. Het gebrek aan kennis omtrent de vroege activiteiten van het beeldhouwersatelier mag evenwel niet leiden tot de conclusie dat het maken van ontwerpen zijn belangrijkste bezigheid werd. Het beeldhouwersatelier bleef ongetwijfeld de kern van zijn activiteiten en de vermaardheid van de prenten kon de roem van het atelier enkel ten goede komen.

In 1549 kreeg Floris de opdracht tot het vervaardigen van een grafmonument voor Dorothea, echtgenote van hertog Albrecht van Pruisen, bestemd voor de Dom van Königsberg. Tot aan zijn dood in 1575 werkte hij aan een indrukwekkende reeks beeldhouwwerken in binnen- en buitenland, waarvan het wandgraf voor hertog Albrecht von Brandenburg te Königsberg en het mausoleum voor koning Christiaan III van Denemarken wel de bekendste zijn. In eigen land zijn de Sacramentstorens te Zoutleeuw en Zuurbemde, het koordoksaal in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Doornik en het grafmonument voor Jan Van Merode en Anna van Gistel in de Sint-Dimpnakerk te Geel bekend. Deze opeenvolging van belangrijke opdrachten laat een groot atelier vermoeden met een behoorlijk aantal medewerkers. Hij trad vooral op als organisator en ontwerper.

Vanaf de late jaren vijftig was Cornelis Floris bovendien bedrijvig als ontwerper van gebouwen. Hij wordt onder meer vermeld als bouwmeester van het stadhuis van Antwerpen. Nadien kreeg hij een opdracht voor de bouw van het Oosters- of Hanzehuis, eveneens in Antwerpen. Met betrekking tot het Antwerpse stadhuis geeft de vraag naar de precieze rol van Cornelis II Floris bij het ontwerpen van het gebouw en de uitvoering ervan aanleiding tot vaak uiteenlopende opinies. Zijn bijdrage heeft zich nochtans niet beperkt tot medewerking aan het ontwerp. Het staat vast dat hij bovendien een belangrijk deel van het praktische werk voor zijn rekening nam. Hij bezocht steengroeven om steen te kiezen en hield er in die periode een atelier op na, waaraan permanent een twaalftal knechten verbonden waren die grotendeels werden ingezet bij de bouw van het stadhuis. Hun activiteit zal zich hebben geconcentreerd rond de levering van beeldhouwwerk voor het interieur en de gevel.

Betekenis
Cornelis II Floris overleed op 20 oktober 1575 na een rijk gevulde loopbaan. Bij de aanvang van zijn loopbaan drong de Renaissance aarzelend door in de Nederlanden. Bij zijn overlijden was de nieuwe stijl een feit. Deze was echter geen kopie geworden van het Italiaanse voorbeeld. De noordelijke Renaissance had haar eigen gezicht gekregen en daar was het optreden van Floris zeker niet vreemd aan.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article Antwerpen, 1561-65
Het eerste gebouw in een volkomen aangepaste maniëristische stijl; een massief blok, architectonisch volkomen verantwoord en met een nieuwe versiering. Niet Frans, niet Italiaans, maar volkomen Nederlands en eigentijds. Harmonische verbinding van Italiaanse en Vlaamse renaissance. Horizontale gevelordonnantie (Italiaans), verticaliserende middenrisaliet met klassieke elementen. De gevel is 78m lang. Rechts: wapens van het Antwerps markgraafschap met daarboven de keizerlijke adelaar van het Heilig Roomse Rijk. Links: wapens van het hertogdom Brabant. Midden: wapens van Spanje. O.L.V., patrones van Antwerpen, geflankeerd door de Rechtvaardigheid (l) en de Wijsheid (r). Middenbouw met zuilen van de vier antieke bouwstijlen.
De ruwe steen van het gelijkvloerse gedeelte vormt een prettige tegenstelling met de gehalveerde ramen en pilasters erboven. Bovenaan de gevel loopt langs de gehele breedte een open galerij, en de eenvoud van het gehele front wordt onderbroken door het meer opvallende middelste gedeelte met de open loggia's - die nu van ramen zijn voorzien - met hun ronde bogen, de nissen met allegorische beelden en wapenschilden en vooral de gevelspits. Deze kwam in de plaats van het belfort dat de oude gotische gebouwen kroonde, en in dit geval is het een loos gevelstuk zonder dak erachter. Deze siergevel had een geweldig succes, waarschijnlijk omdat die de navolging was van een eigen inheemse vorm. Floris ontwierp er een nieuw versieringsmotief voor van strookwerk dat eruitziet als uit hout gezaagd of als in elkaar gevlochten leren riemen. Een dergelijke decoratie was al eerder gebruikt in Rome en Fontainebleau, maar nooit was met zoveel plezier gebruik gemaakt van de vele mogelijkheden om een sober geheel beter te doen uitkomen. Omdat een massale ontwikkeling door de politieke en religieuze onrust van die tijd belemmerd werd, werd deze stijl op grote schaal overgenomen door de woningen van de middenstand, waarvan er nu nog zoveel de Nederlandse en Belgische steden sieren. De schetsboeken verspreidden de stijl over geheel Noord-Europa en de invloed ervan blijkt bv. duidelijk uit het stadhuis te Leiden. (?; KIB ren 192: cantecleer belgië 73)

Graftombe van koning Christiaan III van Denemarken, 1568-1575, albast, zwart marmer met rood marmer ingelegd, Roskilde (Denemarken), Kathedraal
Deze tombe is zijn laatste werk geweest en was bij zijn dood nog onvoltooid. Voor koning Christiaan III van Denemarken ontwierp hij in de oude hoofdstad Roskilde een tombe naar het Franse koninklijke voorbeeld, maar hij plaatste een lijfwacht van vier soldaten op de hoeken, bekleedde de gisant als een antiek krijgsman met wapens en wapenrusting, voegde er putti en zelfs vogels aan toe om het krijgshaftige wat te verzachten, en maakte een voet en kroonlijst met arabesken in reliëf. (KIB ren 199)

Doksaal van Doornik (kathedraal), 1573, graniet, marmer, albast en stuc, Doornik, Onze-Lieve-Vrouwkathedraal
Ritmische travee met reliëfs en beelden. Model tot in de 17de eeuw.



Pageviews vandaag: 41.