kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-10-2009 voor het laatst bewerkt.

Johan Polet

Amsterdammer (geboren 1894), die bij zijn vader steenhouwen leerde en aan de Quellinus- en de Kunstnijverheidschool beeldhouwkunst. Aanvankelijk werkte hij veel voor gebouwen, bij­voorbeeld de zes gevelbeelden aan het gerestaureerde gotische raadhuis van Kampen en de reliëfs in de voormalige Nieuw-Amsterdam. Zijn losse beelden, onder andere de Bezinning op de binnenplaats van de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, tonen al aan dat hij allengs was gaan verglijden van een gematigd Expressionisme naar een bijna even gema­tigd academisme. Het fraaiste zijn dan ook zijn vrije kleinplastieken uit de eerste periode van zijn kunstenaarsloopbaan: boerenarbeiders en naakten met krachtige, hoeklge gezichten, maar vaak verstilde, fijne han­den, zoals de Justitia en de Charitas aan het Kampense Raadhuis (ca. 1935) en een naaktfiguur in de hal van het Museum Boymans te Rotterdam (1953).


Johan Polet (Amsterdam, 17 augustus 1894 - aldaar, 11 februari 1971) was een Nederlandse beeldhouwer. In zijn tijd een belangrijke exponent van het opkomende expressionisme binnen de Nederlandse beeldhouwkunst en hij was een tijdgenoot van Hildo Krop en John Rädecker. Een bekend beeld van zijn hand is dat van Ferdinand Domela Nieuwenhuis in Amsterdam. Zijn blazoen werd besmet toen hij zich genoodzaakt zag in de Tweede Wereldoorlog zich aan te sluiten bij de Nederlandsche Kultuurkamer.

Leven en werk
Johan Polet werd geboren als een zoon van een steenhouwer, Dirk Polet, en leerde het vak verder in de werkplaats van de Quellinusschool en later de Kunstnijverheidsschool, beide te Amsterdam. Op de Rijksacademie werd hij tot tweemaal toe geweigerd.

In 1919 volgde hij Hildo Krop op als docent beeldhouwkunst aan de Haarlemse School voor Kunstnijverheid. Dit bleef hij tot 1926, toen de afdeling weer werd opgeheven. Hij bracht een vernieuwende manier van beeldhouwen het klaslokaal binnen. In plaats van modelleren met klei en gipsmodellen, liet hij zijn leerlingen direct uit het steen hakken. Deze manier van werken gebruikte hij ook bij één van zijn eerste grote opdrachten. In 1921 kreeg hij de opdracht van architect Cornelis Jouke Blaauw om het Laboratorium voor Plantenfysiologie van de Landbouwhogeschool in Wageningen te voorzien van beeldhouwwerk. "Ideaal, zoo ter plaatse in den muur, zonder voorbeeld of model met 't daarin vastgemetselde ruwe brok bruten steen voor je en dan begin ik maar te kluiven!" De maskers aan dit gebouw verraden duidelijk de invloed die exotische kunst én de opkomende minimalistische stroming uit Frankrijk van onder meer Constantin Brâncuºi op dat moment op het werk van Polet uitoefenden. Later zou zijn werk toch meer richting de klassieke beeldtaal gaan en komen er meer natuurlijke elementen terug.

Het gebouw van Blaauw zou de eerste opdracht zijn in een lange reeks. Zo maakte hij samen met zijn tijdgenoten beeldhouwwerk voor de Bijenkorf in Den Haag van architect Piet Kramer. Daarnaast creëerde hij het beeld van Hugo de Groot voor het bordes van de Hoge Raad der Nederlanden van de architect Gustaaf Cornelis Bremer, eveneens in Den Haag. Andere beeldhouwers maakten de andere vijf (De beelden staan na het verdwijnen van dit gebouw nu aan de Kazernestraat). Een ander gesamtkunstwerk was de aankleding van het cruiseschip "Nieuw Amsterdam", waarvoor hij vier consoles ontwierp.

Polets bekendste werk is wel het beeld van Ferdinand Domela Nieuwenhuis in Amsterdam uit 1931. In eerste instantie had Polet alleen een beeld van Prometheus willen maken als symbool van Domela Nieuwenhuis. Prometheus bracht het vuur naar de mensen. Maar dit werd afgekeurd. In tweede instantie had hij Prometheus naast Domela Nieuwenhuis geplaatst maar ook dit werd niet gewaardeerd. Nu staat Domela Nieuwenhuis, met gebalde vuist, op een sokkel waarin in reliëf alsnog Prometheus is afgebeeld. De broer van Domela Nieuwenhuis kon het beeld niet echt waarderen, zo blijkt uit een brief waarin hij schrijft dat zijn broer "een dergelijk werkmansjasje nóóit droeg’, ‘.. en dan die voor hem ondenkbare strijdhouding .."[1]

Voor het tijdschrift Wendingen ontwierp hij ook nog enkele omslagen in 1923 en 1927.

De oorlog maakte een einde aan de waardering voor Polet. Hij zag zichzelf genoodzaakt zich aan te sluiten bij de Nederlandsche Kultuurkamer, een instelling van de Duitse bezetter waar iedereen die het vak van kunstenaar, schrijver, muzikant of podiumartiest wilde uitoefenen, zich bij diende aan te melden.. Hij overwoog zelfs naar Duitsland te emigreren om opdrachten te verwerven. Ateliergenoot en verzetsstrijder Gerrit van der Veen bekritiseerde en bespotte hem hierom. Hij zou nog blijven beeldhouwen tot enkele jaren voor zijn dood in 1970.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Polet.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 486.