kunstbus
Dit artikel is 04-08-2008 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Johan Thorn-Prikker



Nederlandse kunstenaar, ontwerper en docent, geboren 6 juni 1868 - overleden 5 maart 1932.

Johan Thorn Prikker was kunstschilder, aquarellist, beeldhouwer, etser, lithograaf, meubelontwerper, glasschilder, glas-in-loodontwerper, monumentaal kunstenaar (mozaïek), muurschilder, schilder, tekenaar, tapijtontwerper en keramist van genrekunst. HIj was vertegenwoordiger van de Arts and Crafts, Art Nouveau en het Symbolisme. Zijn monumentale werk omvatte onder andere wandschilderingen, glas in lood en mozaïeken. Als kunstenaar maakte hij landschappen, portretten, stillevens en dieren. Daarnaast was hij docent aan de academie. Hij was de leerling van Johan Philip Koelman en de leraar van o.a. Leo Franssen en Cornelis van der Sluys.

Johan Thorn Prikker is in zijn Nederlandse tijd vooral beïnvloed door Japanse houtsnijkunst, het Expressionisme en Franse Neoimpressionisme, maar legt zich nooit ergens helemaal op vast. Na een paar eerste pointillistische probeersels is hij snel naar de lineaire stijl van de Jugendstil overgegaan.
Hij was diep religieus en een overtuigd Christen, sterk door de religieuze ideeën van de Nabis beïnvloed. Met zijn werken geldt hij als vernieuwer van de religieuze kunst met expressionistische invloeden.

De kunstenaar Johan Thorn Prikker (1868-1932) is in Nederland in de eerste plaats bekend als symbolistische schilder en als Art Nouveau-ontwerper van grafiek, batiks en meubelen. In Duitsland echter, wordt zijn naam alleen met de ontwikkeling en vernieuwing van glas-in-lood kunst verbonden. Hij is de eerste, die de loodstaven in de vormgeving van de glasramen betrekt.

Biografie
Johan Thorn Prikker is vermoedelijk nazaat van Scandinavische emigranten.

Opleiding Akademie van beeldende kunsten (Den Haag) van 1881-1887. In 1884 bezocht hij Visé.

Johan Thorn Prikker werd wegens ordeverstoring op zijn negentiende van de Haagse Academie verwijderd. Samen met een studievriend maakte de kunstenaar een lange reis naar Zuid-Limburg en de Voerstreek. Tijdens deze reis ontstonden landschappen en figuurstukken, die enigszins verwant zijn aan de Haagse School en de School van Barbizon.

In 1891 ontdekte hij echter de Vlaamse Primitieven in het Mauritshuis wat tot uiting komt in een vlakke kleurbehandeling en nadruk op de lijn. In het zelfde jaar werd hij betrokken bij de Haagsche Kunstkring, een broeinest van zich ontwikkelend symbolisme in Nederland. Tussen 1891 en 1895 ontstond een klein, maar belangrijk symbolistisch oeuvre: schilderijen (de Bruid, Amsterdam, Kruisafneming), tekeningen en grafiek.

Thorn Prikker ontwikkelde een aversie tegen het Haagse kunstenaarsmilieu en hij richtte zich meer op het buitenland. Zijn werk werd op tentoonstellingen in Brussel en Antwerpen goed ontvangen, maar in Nederland sloeg zijn symbolistische beeldtaal niet aan.
Het werk van Thorn Prikker is ontoegankelijker dan het werk van Toorop, waarmee hij wel eens wordt vergeleken. De kunstenaar maakte gebruik van motieven uit de christelijke kunst en combineerde die met literaire thema's (van o.a. Verhaeren en Baudelaire).

Via Henry van de Velde die hij in 1892 ontmoette, kwam hij in contact met de Societé des XX (Les Vingt) te Brussel en vandaar uit met andere avant-gardistische kunstenaarsgroeperingen in Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk.

In 1892 werd hij door Joséphin Péladan in de Rozenkruizers-Gemeenschap geïntroduceerd.

Appliqué [affiche], 1896
Deze grote litho van Thorn Prikker was bedoeld om abonnees te werven voor een nieuw tijdschrift gewijd aan toegepaste kunst. Publiek dat interesse had voor het moderne, goed vormgegeven interieur zal vreemd hebben aangekeken tegen zo'n crue weergave van Jezus aan het kruis, met zijn meer dan levensgrote doorboorde handen. Dat aan de doornenkroon en aan de wonde in de hand rechts bloemen ontspruiten, is het enige positieve signaal dat de voorstelling afgeeft - afgezien van het door stralen omkranste kruis middenboven.
Maar Thorn Prikkers ambities gingen verder dan het verfraaien van de woning. Onder toegepaste kunst werd ook de monumentale kunst verstaan, en daarin zag hij een taak weggelegd. Hij hoopte opdrachten te krijgen voor wandschilderingen die op openbare plaatsen te zien zouden zijn, waarmee kunst een publieke functie zou kunnen krijgen en los zou komen van het aan de bovenklasse voorbehouden particuliere bezit.
Na 1900 kreeg hij in Nederland en in Duitsland, waar hij ging wonen, verscheidene opdrachten voor wandschilderingen en glas-in-loodramen. Voor 1900 bleven zijn kansen beperkt tot de opdracht voor een affiche zoals deze, waarin hij de thematiek en verregaande stilering en vertekening toepaste van zijn vroege symbolistische schilderijen en tekeningen.

In 1898 liet de Haagse huidarts W.J.H. leuring door Thorn Prikker zijn huis inrichten. Leuring, die een groot liefhebber en verzamelaar was van moderne kunst, kwam uit de kring rond de kunstpedagoog H.P. Bremmer, waar hij onder meer bevriend was geraakt met Prikker en Jan Toorop.
Thorn Prikker ontwierp onder meer de meubels voor de babykamer, waaronder een fraai gesneden wieg en een kamerscherm. Vooral de wieg laat zien hoe Thorn Prikker constructie en decoratie op een natuurlijke wijze met elkaar wist te verbinden. Het snijwerk van het notenhouten meubel is van de Haagse beeldhouwer J.C. Altorf (1876-1955) die naar ontwerp van Prikker de wieg met een beeldverhaal heeft voorzien van symbolische dierfiguren, zoals krekels, slakkenhuizen en in de rug een fazantenpaar die respectievelijk staan voor waakzaamheid, bescherming en ouderlijke liefde. De stijlen van de wieg bieden plaats aan een viertal ivoren dierfiguurtjes.

Arts and Crafts
In 1898 richtte Thorn Prikker samen met Chris Wegerif in 's-Gravenhage de Kunsthandel Arts & Crafts op, waaraan hij tot 1900 verbonden bleef.
De verspreiding van de versierende richting van de Nieuwe Kunst is in belangrijke mate te danken aan de in 1898 geopende winkel voor binnenhuiskunst Arts and Crafts in Den Haag waar Thorn-Prikker artistiek leider van was. Hier waren niet alleen gebruiksvoorwerpen te koop maar ook schilderijen en prenten, zodat de klant zich geheel volgens de laatste mode kon inrichten. De nadruk lag op producten die door Nederlandse ontwerpers waren vervaardigd in een op de Belgische Art Nouveau geïnspireerde stijl. Daarnaast was er bijvoorbeeld ook meubilair van de Belgische architect Henry van de Velde (1863-1957) te koop.
Tot de Nederlandse ontwerpers behoorde de schilder en sierkunstenaar Johan Thorn Prikker (1868-1932) die goed op de hoogte was van de ontwikkelingen in België. In 1892 had hij Brussel bezocht waar hij kennismaakte met Van de Velde, die hem aanspoorde zich toe te gaan leggen op de decoratieve kunst. Stijlinvloeden van diens werk zijn onmiskenbaar in het oeuvre van Thorn Prikker aanwezig, zoals de gekromde ruggen en poten van zijn zitmeubels laten zien. Zijn ontwerpen werden in de werkplaatsen van Arts and Crafts uitgevoerd onder supervisie van de architect Chris Wegerif (1859-1920). Rond 1900 begon Wegerif ook zelf te ontwerpen, in een stijl die het midden houdt tussen de vloeiende lijnbeweging van de Belgische Art Nouveau en de abstract-geometrische vormentaal van de Weense Secession. - (Kunst 'Die Haghe', toen samen met de kunstcriticus Albert A. Plasschaert. Hier werden onder meer op bestelling meubilair en interieurs vervaardigd naar ontwerp van Thorn Prikker. Een belangrijke geldschieter van deze zaak was de Haagse huidarts W.J.H. leuring.

Thorn Prikker ontwierp meubels, grafiek en stoffen (batiks), die echter in hun benadering zo extreem zijn ('on-Nederlandsch'), dat hij zich vervreemdde van de Nederlandse Nieuwe Kunstbeweging.

De kunstenaars van de 'Nieuwe Kunst' tussen 1890 en 1910 hebben als belangrijkste kenmerk gemeen dat zij een integratie tussen kunst en samenleving tot stand hoopten te brengen. Ook de gewone man moest in zijn vertrouwde omgeving met kunst in aanraking kunnen komen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van ornamenten in de gevels van arbeiderswoningen.

Inmiddels had hij zijn eerste belangrijke monumentale opdracht voltooid (1902): de grote sgraffito in het trappenhuis van het in 1900 door Henry van de Velde gebouwde huis 'De Zeemeeuw' van zijn vriend Willem Leuring aan de Wagenaarweg 30 te Scheveningen. Dit werk vormt in zijn combinatie van vlakke figuratie en streng geometrische ornamentiek een sleutel tot zijn latere ontwikkeling en is tegelijkertijd de afsluiting van zijn Nederlandse periode.
'De Zeemeeuw' is een voor Nederland zeldzaam voorbeeld van een huis, waarin de plattegrond, het exterieur en interieur één geheel vormen volgens de idealen van de Nieuwe Kunst, kortom een waar Gesamtkunstwerk. - (Duitsland 1904 - 1932
Miskenning in eigen land en geldzorgen noopten Thorn Prikker in 1904 te verhuizen naar Duitsland. Door toedoen van de toenmalige museumdirecteur Friedrich Deneken wordt hij in dat jaar leraar aan de nieuw opgerichte Handwerker- und Kunstgewerbeschule in Krefeld, waar Helmuth Macke, Wilhelm Wieger en Heinrich Campendonk één zijn eerste leerlingen zijn.

Geleidelijk bouwde hij in dit Duitsland een succesvolle loopbaan op. Zijn veelzijdigheid blijkt uit het feit, dat hij zich niet alleen bezighoudt met landschapsschilderkunst en wandschilderingen, maar ook met meubel- en stofontwerpen in de stijl van de Art Nouveau. Met zijn jonge studenten onderneemt hij talrijke uitstapjes in de omgeving van Krefeld, om hun daar in de natuur de beginselen van het Plein-air-schilderen te leren.

In 1910 verlaat Thorn Prikker de Kunstgewerbeschule in Krefeld, om in Hagen actief aan de hervormingsgedachten van Karl Ernst Osthaus deel te gaan nemen. Het resulteert in talrijke opdrachten voor wandschilderingen, mozaïeken en vooral glasramen, onder andere in 1912 voor het door Peter Behrens ontworpen Gesellenhaus in Neuss. Tijdens zijn verblijf in Hagen werkt hij van 1910 tot 1919 aan het Handfertigkeitsseminar te Hagen en deels gelijktijdig van 1913 tot 1919 aan de Essener Handwerk und Kunstgewerbeschule te Essen. In deze tijd reist hij veel naar Italië, Denemarken en Frankrijk.

Na een kort verblijf in Überlingen in 1919 en 1920 vertrekt hij naar München, waar hij tot 1923 aan de Kunstgewerbeschule glasschilderkunst en monumentale kunst doceert dan tot 1926 aan de Staatlichen Kunstakademie Düsseldorf, en van 1926 tot zijn dood in 1932 aan de Kölner Werkschulen.

In Duitsland werd en wordt hij beschouwd als een van de grootste vernieuwers van de 20ste-eeuwse glazenierskunst en monumentale wandschilderkunst. Hij is echter niet vergeten geraakt in Nederland. Vooral na de Eerste Wereldoorlog exposeerde hij regelmatig in Nederland en voerde hij ook een aantal grote opdrachten uit, niet voor beglazingen, maar voor wandschilderingen en mozaïeken zoals in 1930 wandschilderingen in de Amsterdamse Raadzaal.

Websites:
. GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Thorn-Prikker


Pageviews vandaag: 32.