kunstbus
Dit artikel is 22-03-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

l'art pour l'art

L'art pour l'art ofwel de kunst om de kunst is een Franse slogan uit de vroege 19e eeuw, letterlijk vertaald als 'de kunst om de kunst'.

Het is een kunstopvatting die stelt dat de enige doelstelling van kunst intrinsiek is. Een kunstwerk komt autonoom tot stand en heeft geen morele, didactische of utilitaristische functie. De kunstenaar kent zichzelf geen andere drijfveren toe dan het scheppen van een kunstwerk. Hiermee nauw verbonden is het estheticisme, dat inhoudt dat de kunstenaar als enig doel heeft het scheppen van schoonheid.

Ook als maatstaf in de beoordeling van kunst werd het principe "L'art pour l'art" toegepast. Het is formalistisch van aard, dat wil zeggen dat het kunstwerk moet worden beoordeeld op grond van kwaliteiten die in het werk aanwezig zijn, bijvoorbeeld technische aspecten. Hierdoor komt het kunstwerk op zichzelf te staan, los van een expressief geladen input van de kunstenaar, of van betekenis naar de toeschouwer, het wordt als autonoom bekeken.




De romantiek heeft een belangrijke wending teweeg gebracht in de kunst, en daarmee ook in de positie van de kunstenaar. Voor het eerst geeft de kunstenaar uiting aan zijn eigen gevoelens, gaat hij zoveel mogelijk zijn eigen weg, wordt een rebel, een opstandeling. Het moge duidelijk zijn dat die romantiek ook een geheel ander type kunstenaar heeft opgeleverd, wat bovendien tot uitdrukking komt in de zelfportretten.

Het was misschien wel de Spaanse schilder goya (1746-1828) bij wie we dit voor het eerst goed kunnen zien. In de broeierige ogen op zijn zelfportret uit ca 1795 (Francisco José de goya, zelfportret, ca 1795. Oostindische inkt, gewassen. New york, Metropolitan Museum of Art) kun je welhaast aflezen de waanzin en de drang die hem voedden om de meest diabolische, monsterlijke, agonische, bizarre, raadselachtige en hallucinerende taferelen te verbeelden.

Vanuit de romantische hang naar inviduele vrijheid is ook de l'art pour l'art-gedachte voortgekomen (de kunst omwille van de kunst) vanaf omstreeks halverwege de 19de eeuw. Deze doctrine betekende een onafhankelijkheidsverklaring voor de kunst. En dat lieten de kunstenaars weten ook.
Het was de Franse schilder Courbet (1819-1877) die hiervoor de toon zette. In zijn schilderij 'Bonjour, Monsieur Courbet' - weliswaar geen zelfportret in de gebruikelijk zin van het woord, maar wel een schilderij waarin de kunstenaar Courbet nadrukkelijk figureert - zien we hoe Courbet zichzelf heeft geschilderd door het landtrekkend met zijn schildersbagage op de rug, eerbiedig begroet door zijn vriend en beschermer. Dit schilderij heeft hij zelf gedoopt tot: Bonjour, Monsieur Courbet (G. Courbet, Bonjour. Monsieur Courbet, 1854. Montpellier, Museum). Eenieder die gewoon was schilderijen van academische kunst tentoongesteld te zien, moet dit stuk toen gewoonweg kinderachtig zijn voorgekomen. Hier zijn immers geen gracieuze houdingen, geen vloeiende lijen, geen indrukwekkende kleuren. Het idee op zichzelf, dat een schilder zich als een landloper, in hemdsmouwen afbeeldde, moet de respectabele kunstenaars en hun bewonderaars als een smaad zijn voorgekomen. Dat was ook juist de indruk, die Courbet wenste te maken. Hij wilde dat zijn doeken een verzet zouden betekenen tegen de aangenomen conventies van zijn tijd; hij wenste dus de burgerman door een schok uit zijn zelfgenoegzaamheid te doen ontwaken en de waarde van een niet tot compromis geneigde, oprecht artistieke zin tegen het behoud van traditionele clichés uit te spelen. En dit is door Courbet oprecht gemeend. In een voor karakteristieke brief uit 1854 schreef hij: 'Ik hoop altijd mijn levensonderhoud met mijn kunst te verdienen, zonder ook maar één ogenblik mijn geweten te beliegen, zonder zelfs ooit, zoveel als met een handpalm kan woorden bedekt, te schilderen, enkel om iemand te behagen en om gemakkelijker te verkopen.' Hier klinkt een zekere arrogantie door, en dat is ook duidelijk te zien in bovengenoemd schilderij, de welhaast hautaine houding waarmee Courbet de groet in ontvangst neemt, alvorens zijn eigen weg weer te gaan, en met hem tevens de kunst.

Met en door de romantiek krijgt de kunst en daarmee ook het kunstenaarsschap en de positie van de kunstenaar iets exclusiefs. Zo heeft de Duitse romanticus Böcklin zichzelf afgebeeld als kunstschilder, met palet en penseel in de aanslag. Onderwijl kijkt de 'fiedelende-dood' (een skelet/geraamte dat een viool bespeelt) vanachteren, leunend, over zijn schouder mee. De boodschap is duidelijk. Ook Böcklin wacht ooit de-dood, de mens en het leven zijn immers vergankelijk. Maar zijn werk zal door zijn kunstenaarsschap eeuwig voortbestaan, en in wezen Böcklin zelf ook in dit zelfportret.
Het wordt helemaal verheven toen de Fransman Péladan in de catalogus van de eerste Salon de la Rose+Croix in 1892 de gevleugelde woorden schreef: 'Kunstenaar, gij zijt priester...kunstenaar, gij zijt koning...kunstenaar, gij zijt magiër'. In een zelfportret van Gauguin (1848-1903) zien we deze exaltrante romantische opvatting terug (Paul Gauguin, zelfportret met heiligenschijn, 1889. National Gallery of Art, Washington). Gauguin meet zichzelf hier een aureool (nimbus) aan, verklaart zich daarbij tot een heilge, omringt zich met een appel en een slang, als verwijzingen naar de Zondeval en het Verloren Paradijs. Maar zijn kunst zal de mensheid verlossing brengen en het aardse paradijs weer doen terugkeren.

Vak: Kunstgeschiedenis (Nieuwe Media & Cultuur)
Thema: Portretten en de representatie van de mens (man/vrouw) in de kunst
Docent: Martin Lacet




Europese literatuur
In de Franse literatuur in de 19e eeuw was het Théophile Gautier die de term "l'art pour l'art" als eerste geijkt heeft in zijn roman Mademoiselle de Maupin (1834). Zijn dichtbundel Emaux et Camées (1852) vormt de inspiratiebron van de dichtersgroep Parnasse (met onder anderen Leconte de Lisle en Sully Prudhomme). Voor hen was "l'art pour l'art" een belangrijk uitgangspunt. In de Engelse literatuur werd de slogan "art for art's sake" in 1868 voor het eerst gebruikt door zowel Walter Pater (in een kritiek gewijd aan poëzie van William Morris) als Algernon Charles Swinburne (in William Blake: A Critical Essay). In de Duitse literatuur heeft Stefan George "kunst für die kunst" gemaakt tot uitgangspunt van zijn werk en dat van de 'George-Kreis' om hem heen.

De Tachtigers, met name Willem Kloos en Lodewijk van Deyssel, introduceerden "l'art pour l'art" in de Nederlandse literatuur als aanduiding van hun estheticisme, vooral als reactie op de sterk didactische inslag van de poëzie van de toen populaire 'dominee-dichters'. Het afzien van een 'boodschap' aan de lezer kan gezien worden als een onmaatschappelijke houding van de kunstenaar. Die uit zich in een andere slogan van de Tachtigers: "kunst is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie", waarmee gezegd is dat de kunstenaar met niets of niemand anders te maken heeft dan met zichzelf. Na enige tijd kwamen de meeste Tachtigers, onder wie Frederik van Eeden, Herman Gorter en Albert Verwey, tot de conclusie dat zij een morele basis (niet per se een 'les' of boodschap, maar wel een betekenis) onontbeerlijk achtten bij het scheppen van een literair werk. Het verschil van inzicht dat hierdoor ontstond luidde het uiteenvallen in van de beweging van Tachtig, die "l'art pour l'art" als een van haar centrale uitgangspunten had gepropageerd.


Pageviews vandaag: 1072.