kunstbus
Dit artikel is 31-03-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Monogram van Robert Rauschenberg

Monogram, Robert Rauschenberg, 1955-1959, gemengde techniek, 122x183x183, Stockholm, Moderna Museet
Monogram is een combine painting van de Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg, gemaakt in 1955-1959. Het bestaat uit een opgezette Angorageit -staand op een plat liggende collage van foto’s, kranten en schilderwerk op wielen- waarvan de kop beschilderd is en de buik door een eveneens beschilderde autoband gaat.



Monogram is een voorbeeld van een combinatieschilderij (combine painting): fragmenten van expressief gebarende schilderkunst in combinatie met gevonden objecten, afgedankte huisraad, kledingstukken, dierenhuiden en foto's uit tijdschriften. Uit de caleidoscopische context waaraan hij de onderdelen ontworstelt, ontstaat een complexe rijkdom aan associaties. Om zijn werk niet levenloos te maken ging Rauschenberg definities uit de weg. Rauschenberg situeert zijn werk in de kloof tussen leven en kunst. De combinatieschilderijen zijn niet alleen levendige en willekeurige verzamelingen als in een straatscène, maar veelkleurige combinaties van vormelijke, iconografische en politieke reminiscenties. Ondanks de op het eerste gezicht arbitraire ‘ontmoetingen’ van zeer verschillende objecten en materialen, hebben deze werken een sterk autobiografisch karakter. De gebruikte meubel- en kledingstukken hebben een sentimentele waarde en de vele foto’s en tekstfragmenten zitten vol met persoonlijke verwijzingen en seksuele connotaties.

'Monogram' bestaat uit olieverf, papier, textiel, bedrukt papier, metaal, hout, rubber en tennisbal op ruwe planken als doek met opgezette angorageit met messing en rubberen autoband op hout op wieltjes.

Het werk is geënt op persoonlijke jeugdherinneringen toen zijn lievelingsbok werd geslacht. Rauschenberg kwam er niet goed uit hoe hij de geit onderdeel moest maken van zijn werk, maar wist uiteindelijk met de hulp van Jasper Johns de huidige compositie voor elkaar te krijgen. In eerste instantie had Rauschenberg het aan de muur gehangen en de geit ervoor neergezet. Maar hij vond dat de geit het geheel dan op een vreemde manier domineerde. Vervolgens legde hij het schilderij plat op de grond en zette hij de geit erbovenop. Maar hij was nog steeds niet helemaal tevreden. Hij wilde dat het gekker zou aanvoelen. Dus deed hij een autoband om de geit heen. - (tekst https://www.filosofie.nl/nl/artikel/48490/hoe-een-geit-in-een-museum-ons-leven-kan-veranderen.html)

Als reactie op de (volgens hem) pseudo-heldhaftigheid en pijnlijk saaie ernst van Rothko en kornuiten maakte hij een kunst die niet alleen wortelde in het weggegooide afval van het consumerende Amerika, maar er ook van gemaakt was. Hij zei: 'Ik heb medelijden met mensen die denken dat dingen zoals zeepbakjes en colaflessen lelijk zijn. Ze zijn erdoor omringd en zullen het daardoor wel heel moeilijk hebben.' Zijn grote waardering voor zulke laag-bij-de-grondse massaproducten leidde ertoe dat hij zijn eigen artistieke stem zocht in werken zoals Monogram. Het behoort tot een reeks werken die tussen 1953 en 1964 tot stand kwamen en die de hoge kunst van het olieverfschilderij combineren met sculptuur en collage - een genre dat hij 'combine' noemde. Rauschenberg zei te willen werken in 'het gat tussen kunst en leven', om het punt te vinden waar ze elkaar treffen of met elkaar versmelten. Niemand heeft het wezen van de popart bondiger of nauwkeuriger uitgedrukt. Zijn uitgangspunten waren Duchamps readymades en Schwitters' Merz-idee: hoge kunst gemaakt van de laag-bij-de-grondse cultuur. De Amerikaanse kunstenaar liep langs een paar huizenblokken bij zijn New Yorkse atelier op zoek naar 'gevonden voorwerpen'- knipsels, fragmenten en rare dingen waarvan hij een artistieke expressie kon maken. Voor hem was de straat een palet, en de vloer van zijn atelier een schildersezel. Deze strooptochten leidden vaak langs een winkel in tweedehands kantoorbehoeften waar een opgezette angorageit midden in de etalage stond. Rauschenberg had medelijden met het dier: het maakte een erg smerige en meelijwekkende indruk en had alleen een vuil raam om door naar buiten te kijken - kennelijk een eeuwigheid lang. Hij dacht: 'Daar moet ik iets aan doen,' ging naar binnen en bood aan het dier te kopen. De winkelier wilde er vijfendertig dollar voor, maar de schilder had maar vijftien dollar. Ze spraken af dat Rauschenberg het voor vijftien dollar mocht meenemen en de rest zou betalen als hij wat geld had verdiend (toen hij een paar maanden later met het verschil terugkwam, bleek de winkel allerminst eeuwig te zijn en zijn deuren gesloten te hebben). In zijn atelier probeerde hij de geit tegen een paneel te zetten alsof het een schilderij aan de muur was. Dat werkte niet: de geit was 'te groot'- niet qua omvang maar qua 'karakter', zei Rauschenberg. Hij experimenteerde met allerlei manieren om het beest te presenteren maar kon niets bevredigends vinden. Hij zei: 'Om te beginnen weigerde [de geit] zich tot kunst te laten abstraheren - het zag eruit als kunst met een geit.' Maar toen keek hij weer eens naar de vloer van zijn atelier en raapte hij een oude autoband op die hij tijdens een van zijn strooptochten gevonden had. Vervolgens bouwde hij een laag, vierkant podium van hout met vier wieltjes eronder. In het midden daarvan zette hij de geit-met-band. Hij bracht er een hele sortering beschilderde stukken papier, zeildoek, een tennisbal, een plastic bak, een hemdsmouw en een tekening van een koorddanser op aan. Ook de geit zelf werd onder handen genomen: Rauschenberg voorzag de snuit van dikke lagen veelkleurige verf. En zo ontstond al werkend een kunstwerk dat zo ver mogelijk verwijderd was van Rothko's, Pollocks en De Koonings abstracte gepeins. Het was een lelijke (Duchamps 'antiretinaal' is misschien toepasselijk) maar amusante sculptuur die in een galerie evenveel ruimte en aandacht eiste als een groot abstract expressionistisch doek. Het kan een verbijsterende ervaring zijn om voor het eerst tegenover Rauschenbergs Monogram te staan. Je moet er eerst aan wennen. Maar het is de moeite waard. Het werk druipt van de symboliek en anekdotes, te beginnen bij de titel. Een monogram is normaal gesproken een combinatie van onderling verbonden initialen als weergave van iemands naam, die op van alles en nog wat kan worden afgedrukt - van briefpapier tot een overhemd. Dit monogram is een uitspraak over de kunstenaar. Op een heel elementair niveau drukt de geit Rauschenbergs dierenliefde uit: hij gaf dit afgedankte dier nieuw leven. - (tekst uit 'Dat kan mijn kleine zusje ook: waarom moderne kunst kunst is. - Will Gompertz)

Rauschenbergs werk werd beschouwd als neo-dadaïstisch, vanwege het collagekarakter, maar werd ook wel expressionistisch, assemblagekunst of found object art genoemd.

Ondanks het grote ‘mimetische’ gehalte van de combines, ontsnappen zijn werken niet aan hun symbolische betekenis. De geit zou staan voor de seksuele driften, de autoband voor een lichaamsopening (naar keuze) en het geheel voor het mannelijk libido. - (tekst van https://www.dewitteraaf.be/artikel/detail/nl/3144)

Kunstcriticus Catherine Craft zei over het werk: “Het is niet verrassend dat Monogram hedendaagse kijkers schokte. Toch is er ook een vreemd aangrijpende schoonheid voor zijn welwillende, eeuwig geduldige geit. Sommige waarnemers hebben het in verband gebracht met een dier dat op een offer wacht. Desalniettemin herinnert het met zijn hoorns en lange, glanzende vacht ook aan de reeks hangende 'fetisj'-assemblages van dierenvacht, touw, hout en verschillende kleine voorwerpen 'Feticci Personali Rauschenberg' gemaakt in Italië.

'Monogram' is een van de meest bekende werken van Rauschenberg en werd, behalve een provocatief en als homo-erotisch uitgelegd object, een icoon van de na-oorlogse Amerikaanse kunst.

Sinds de aankoop door Moderna Museet in Stockholm, Zweden, in 1965, is het daar gebleven en werd het maar zelden uitgeleend.


Pageviews vandaag: 248.