kunstbus

(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


Winston karaf/vaas Per Lutken voor Holmegaard, Denemarken

Deze zeldzame vaas of karaf is ontworpen door Per Lutken voor Holmegaard in Denemarken. Deze karaf is ooit aangeschaft in het chique warenhuis van Hans Hansen in Kolding in Denemarken.
Prijs: € 300

Dit artikel is 19 03 2017 13:46 voor het laatst bewerkt.

renaissance

Doorverwijspagina,

Vroege-Renaissance ¦ Hoge-Renaissance ¦ Manierisme

Neo-Vlaamse-Renaissance

Renaissancemuziek

Renaissance, Frans voor wedergeboorte komt van het Italiaanse rinascita.

De Renaissance deelt men doorgaans in perioden in:
1e - Vroege Renaissance (ca 1400-1500, centrum Florence),
2e - Hoge Renaissance (1500-1530 in Florence, Rome, Milaan)
3e - Maniërisme (of late renaissance) (1530-1600).

In de vroege 13e eeuw zien we de eerste tekenen van renaissancekunst verschijnen: het lichaam van Christus begint te bloeden. Werd Christus daarvoor nog afgebeeld als de machtige God in serene bovennatuurlijke gedaante, nu wordt het mens-zijn van Christus benadrukt, zijn lijden en zijn dood aan het Kruis.

Aan het einde van de 14e eeuw en gedurende de 15de eeuw werd door Italiaanse humanisten het idee verspreid dat er een wedergeboorte van de klassieke cultuur plaatsvond. Deze wedergeboorte volgde volgens hun op de 'duistere middeleeuwen'. Hiermee bedoelden ze de gehele Periode na de val van het Romeinse rijk tot de aanvang van de renaissance.

Deze Periode werd door hun zwaar onderschat, zowel op cultureel als intellectueel gebied. Tegenwoordig ziet men de Renaissance niet als een breuk met het Byzantijnse en Middeleeuwse verleden, maar eerder als het hoogtepunt daarvan.

Het getuigt wel dat men in de renaissance er bewust van was niet meer in de middeleeuwen te leven. Het is voor het eerst dat de mens zich collectief bewust is te leven in een ander tijdvak. De mensen die toen leefden probeerden heel bewust de wereld om zich heen een nieuw gezicht te geven. Ze lieten zich daarbij vaak leiden door hun bewondering voor de Griekse en Romeinse cultuur, maar ook hun eigen vindingrijkheid en nieuwsgierigheid speelden een grote rol.

Men denkt na over het mens zijn, het leven op aarde, rol van God en die van de Natuur. Vragen zijn bijv. wordt leven bepaald door de Natuur of door God; is de aarde plat of rond, gaat men af op het heldere verstand of wat de Kerk zegt?
Wetenschappen als natuurkunde, sterrenkunde en geneeskunde gaan sterk vooruit. Men onderzoekt en kijkt hoe de dingen er uitzien. Ook vallen in deze eeuwen de grote ontdekkingsreizen. De mens hecht veel aan het aardse leven: comfortabel leven, goed gekleed gaan en fraaie interieurs.

De nieuwe wereld die zij toen ontdekten en Vorm gaven is nog steeds onze wereld: wat in die tijd tot stand kwam - in de Kunsten, maar ook in de Wetenschap, in de Politiek, enzovoort - vormt de basis van de Westerse cultuur zoals we die nu kennen.

Kenmerken Middeleeuwen:
De mensen richten zich op het bestaan na De Dood.
Memento Mori was de leus. (=Gedenk te sterven)
Kunstenaars waren anonieme makers van een kunstvorm waarin de verheerlijking van God vaak centraal stond.
Een theocentrische levenshouding.

Kenmerken Renaissance:
Men wilde van het bestaan op aarde genieten.
Carpe Diem was nu de leus. (Pluk te dag)
De Kunstenaar was niet langer anoniem: nu stond de Mens centraal.
Antropocentrische levenshouding.
klassieke Kunst wordt opnieuw en anders weergegeven.
Portugezen en Spanjaarden vergroten de westerse wereld door ontdekkingsreizen.
Copernicus en Galileï breidden de Wetenschappen door onderzoek uit.
Kunst is rustig, evenwichtig, symmetrisch, ideale verhoudingen.
Universele Kunstenaars, (Uomo Universale).
Perspectief en platte vlak worden toegepast.

In de rijke en zelfbewuste stadstaten in Italie lag de macht niet meer bij de Kerk of een ridderlijke adel met abstracte idealen, maar bij een burgerij en -als Italiaans unicum- een verburgerlijkte adel met 'praktische' deugden als zuinigheid, vlijt en ambachtelijke vaardigheden. In deze steden, die vooral door de Handel tot aanzien waren gekomen, hadden zich andere religieuze opvattingen ontwikkeld: in plaats van te verlangen naar een snel einde van het 'ellendige' aardse bestaan, zoals karakteristiek was geweest voor de tijd van de Gotiek, kreeg men nu oog voor de schoonheid en de Harmonie van de wereld.

In de loop van de 14e eeuw ontstond het Humanisme, dat tot gevolg had dat op natuurwetenschappelijk gebied niet langer de kerkelijke leerstellingen (dogma's) Golden, maar het verstand en de objectieve waarneming. Dit betekende het einde voor eenheid van geloof en kennis die tot dan toe bestaan had. Naast de priester fungeerde nu ook de burger als cultuurdrager. De universiteiten maakten zich los van de Kerk, het Lange proces van secularisering ('verwereldlijking' van het leven) was in gang gezet.

Oorspronkelijk werd echter geenszins een 'ontheiliging' van het aardse bestaan nagestreefd. Integendeel: men zag de wereld als een goddelijke schepping, en om de Harmonie hiervan beter te kunnen doorgronden, besloot men de Wetten van de Natuur te onderzoeken.

De Renaissance vormde ook de basis voor talrijke andere ontwikkelingen die vaak Pas in latere eeuwen volledig tot wasdom kwamen: Rationalisme, Democratie, mensenrechten, de moderne Wetenschap en Techniek, het bankwezen, het maken van zoveel mogelijk winst en ook de opvatting dat bouwen een Kunst is. Al deze zaken zijn zonder dit tijdperk ondenkbaar.

Ook geloofde men dat Harmonie en schoonheid in de Kunst tot stand kwamen door het volgen van vaste regels. Dit leidde bijna automatisch tot een hernieuwde aandacht voor de klassieke Griekse cultuur. De humanisten pleitten Toch al voor aansluiting bij de culturele tradities van Italië. Men leerde Grieks en ook Latijn (de taal van het oude Rome, die tot dan toe vrijwel volledig aan de geestelijken voorbehouden was). Men zocht, vertaalde en bestudeerde antieke geschriften, mat antieke ruïnes op en reconstrueerde ze, groef beelden op en plaatste die weer. Daaruit komt het gebruik van klassieke motieven, decoratie- en bouwvormen, de verzelfstandiging van de Beeldhouwkunst, die niet langer afhankelijk was van de Architectuur en de belangstelling voor de menselijke Figuur voort. Dat de mens steeds meer centraal staat, komt o.a. tot uiting in de Beeldende Kunst en Literatuur.

Tegelijkertijd komt het nieuwe zelfbewustzijn van de mens tot uitdrukking in de kerkelijke twisten en de geloofsstrijd, in de Reformatie en contrareformatie.
De Reformatie (Luther, Calvijn, protestantisme, reformatorische Kerken) is een reactie op de rijkdom en decadentie in de Kerk van Rome. De contrareformatie is een poging van de Roomse Kerk om weer orde op zaken te stellen.

De rijkdom aan Kunst en cultuur was op dat moment te vinden aan de hoven in Frankrijk, Engeland en Italië en in kathedralen, Kerken en kloosters. In de Middeleeuwen lag het centrum van de culturele Ontwikkeling in Frankrijk.
In de Renaissance verschuift dit. Met name in de 16e eeuw was Italië het centrum van de Kunsten.

In de 15e eeuw in Florence aan het hof van de Medici komt de nieuwe Kunst voor het eerst tot uiting. De welvarende en kritische republiek was door Handel, nijverheid en geldverkeer langzamerhand tot de belangrijkste stad van Europa uitgegroeid. De pazzi, Medici en Pitti ondersteunden alle artistieke initiatieven die het roemloze recente verleden achter zich lieten en met verwijzingen naar de glorieuze tijd van de klassieke oudheid meehielpen een geloof in de toekomst te verspreiden. Belangrijke burgers lieten zich door humanisten adviseren of verrichten zelf humanistische studies; de combinatie magistraatgeleerde was zeer karakteristiek voor deze tijd. Het verlangen naar een modern leven dat geïnspireerd was op de rijke antieke beschaving leidde tot omvangrijke vernieuwingen in de Kunst.

Later komen de andere steden. Rome is tegen het einde van de 15e eeuw onder de pausen Julius II en Leo X het middelpunt van de Hoog Renaissance. Het is de tijd van da Vinci in Milaan, Raphael in Rome, Michelangelo in Florence en Rome en Titiaan in Venetië.

Vanuit Italië verspreidde De Stijl zich over heel Europa, maar ieder land gaf haar eigen lokale gezicht aan de Renaissance. Het Engeland van Elisabeth I, het Frankrijk van Frans I en Lodewijk XIV, en natuurlijk onze eigen Gouden Eeuw. Een waarlijk Europese culturele vloedgolf. Men spreekt dan ook wel van Franse Renaissance, Nederlandse Renaissance, Duitse Renaissance, enz.

Renaissance in de Muziek:
De Muziek loopt t.o.v. de andere Kunsten een beetje achter, Pas vanaf 1450 breekt de Renaissance door in de Muziek. De Muziek wordt in vergelijking met de Middeleeuwen vermenselijkt. De relatie tekst-muziek wordt belangrijker. Componisten gingen op zoek naar nieuwe middelen om de inhoud van de tekst te benadrukken. In plaats van de grillige melodielijnen van de gotische Muziek wordt de eenvoudige door de menselijke adem bepaalde Melodie het ideaal.
De gecompliceerde gotische Ritmiek maakt plaats voor een regelmatige ritmische puls. Het ritmisch verloop wordt bepaald door de natuurlijke declamatie van de tekst. De Expressie van de tekst moet worden weergegeven. Voor het eerst mag Muziek beluisterd worden puur om haar esthetische kwaliteiten. In de Muziek gaat de wereldlijke Muziek een steeds grotere rol spelen ook krijgt de instrumentale Muziek voor het eerst zelfstandige betekenis. Als gevolg van de uitvinding van de muziekdruk (1476) zijn vanaf het begin van de 16e eeuw zeer veel Composities gedrukt.

Renaissance in de Bouwkunst:
In Italië heeft de Gotiek als bouwstijl tussen de Romaanse en Renaissance-bouwkunst geen grote rol gespeeld. De Italiaanse gotische Architectuur, met haar palazzi, helder ingedeelde ruimten en rustige, horizontale karakter, liep in feite al vooruit op de volgende bouwstijl en wordt daarom niet ten onrechte 'proto-Renaissance'genoemd.

Architecten uit de Renaissance maten Romeinse bouwwerken op en bedachten theorieën voor een nieuwe Bouwkunst. Door de uitvinding van de boekdrukkunst en het feit dat architecten hun aantekeningen publiceerden werd het mogelijk de nieuwe stijl over een Groot gebied te verspreiden.

Men valt terug op antieke vormen zoals klassieke zuilen met basement en kapiteel, rondbogenvensters en deuren met een omlijsting van pilasters met Fronton. Tegen hoge muren worden de drie zuilen orden boven elkaar aangebracht. Lijst werk Scheidt deze. Ook de triomfboog wordt als portaal toegepast.
Verder zien we tonggewelven of graatgewelven verschijnen. Ook de koepelbouw wordt in ere hersteld. De houten plafonds worden in vakken, cassetten, verdeeld.
Gevels worden afgesloten door een horizontale kroonlijst. Als Versiering komen klassieke motieven, zoals acanthusrank en Rozet, weer terug.
Vertegenwoordigers van de renaissance Bouwkunst zijn: Brunelleschi, Alberti, Bramante, Palladio en Vignola. De twee laatste hebben theoretische handboeken gepubliceerd die tot in de 19de eeuw zijn vertaald en opnieuw uitgegeven. Eindfase is Il Gesù, de jezuïtenkerk in Rome van Vignola.

Florentijnse paleizen zijn kenmerkend voor de renaissance bouw. Om een rechthoekig binnenhof met open galerij, liggen vier aansluitende vleugels.Komt over een met het Romeinse atriumhuis.Onder de uitstekende lijst heeft de gevel drie rijen vensters met er tussen horizontale lijsten.

Renaissance in de Literatuur:
Kenmerkend voor de renaissanceliteratuur was enerzijds het teruggrijpen op klassieke Genres als Ode, epos en herdersliteratuur en op de toneelstukken van m.n. Terentius, Plautus en Seneca; anderzijds het propageren van het gebruik van de volkstaal als literaire taal in plaats van het Latijn, hetgeen een uiting was van het nieuwe nationale zelfbewustzijn.

Grote invloed op de West-Europese Literatuur heeft Petrarca (14e eeuw) gehad. Hij hanteerde als eerste de sonnetvorm in zijn gedichten.

Tot de grootste schrijvers van de Renaissance behoorden in Italië Petrarca, Dante, Boccaccio en Ariosto,
in Frankrijk de Pléiade-dichters, in Engeland Shakespeare en Spenser,
in Spanje Cervantes,
in de Nederlanden Van der Noot, Hooft, Cats, Huygens, Bredero en Vondel. Bij de laatste wordt de Overgang naar de Barok voelbaar.

Renaissance in de Schilderkunst:
De schilders uit de Renaissance waren de eerste Kunstenaars die geometrisch gestructureerd Perspectief in hun werk gingen gebruiken om het effect van ruimte weer te geven.

Giotto (1266-1337) was een Florentijnse schilder die de Italiaanse Kunst terugvoerde naar de Natuur. Vanaf het begin van de 14e eeuw toonden Italiaanse Kunstenaars steeds meer belangstelling voor het Realistisch weergeven van de zichtbare wereld.

De Florentijnse schilder Massaccio (1401-1428) slaagde erin diepte in zijn werk tot stand te brengen door toepassing van het Centraal Perspectief, een ontdekking van Filippo Brunellesch. Alle naar achter lopende lijnen komen samen in een verdwijnpunt dat ergens op de middenlijn van het schilderij ligt. De Wetten van het Perspectief werden reeds na korte tijd door andere toegepast en de bijna wetenschappelijke wijze waarop men te werk ging bij de weergave van de ruimte, treffen we ook aan bij de uitbeelding van de anatomie van mensen en dieren.

In de tweede helft van de 15e eeuw werd het werk van de Florentijnse kunstenaars overgenomen door kunstenaars uit andere delen van Italië en er ontstond een toenemende belangstelling voor de klassieke oudheid. Andrea Mantegna (1431-1506) verwerkte op grote schaal van de oudheid ontleende motieven. Alessandro Botticelli (1440-1510) hield door zijn heldere schilderstijl, gekarakteriseerd door zijn scherpe contouren en sierlijke vormen, zijn figuren uiterst beweeglijk en gracieus.

In het werk van veel schilders vanaf ca 1500 zien we dat de wat strakke opzet en tekenachtige manier van schilderen plaats maakte voor een meer picturale werkwijze. De contouren werden zachter, de kleurvakken staken minder scherp tegen elkaar af. Verder werden de ruimte en anatomie nog realistischer weergegeven dan voorheen. In de weergave van de menselijke figuur werd
een hoge mate van perfectie bereikt en men zag niet op tegen het schilderen van ingewikkelde houdingen. Wellicht het meest karakteristiek was de compositie, die in deze tijd zeer evenwichtig werd, vaak gebaseerd was op een plaatsing van figuren binnen een driehoek of cirkel en een voorkeur liet zien voor symmetrische vlakverdeling. Het effect van die compositie werd bij sommige schilders nog versterkt doordat zij het koloriet beperkten tot Kleuren die op elkaar waren afgestemd en niet te veel contrasteerden. Wanneer de kleuren enigszins wazig in elkaar lijken over te lopen spreken we van 'sfumato'. Toonaangevend voor de Hoge Renaissance waren Leonardo Da Vinci (1452-1519), Raphael (1483-1520), Michelangelo (1475-1564) en Titiaan (1475-1576).


(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


Winston karaf/vaas Per Lutken voor Holmegaard, Denemarken

Deze zeldzame vaas of karaf is ontworpen door Per Lutken voor Holmegaard in Denemarken. Deze karaf is ooit aangeschaft in het chique warenhuis van Hans Hansen in Kolding in Denemarken.
Prijs: € 300

Pageviews vandaag: 70.