kunstbus
Dit artikel is 03-03-2009 voor het laatst bewerkt.
Twitter: Tweet Follow Tweet naar over
Facebook:

Of mail uw vraag of opmerking over dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Bruno Schulz

Bruno Schulz (Drohobycz, 12 juli 1892 - Drohobycz, 19 november 1942) was een Poolse schrijver, schilder en graficus. Schulz werd geboren in 1892 in Drohobycz, in Galicië, een kleine provinciestad in het westelijk deel van de huidige Oekraïne, waar hij het grootste deel van zijn leven woonde, en dat later het decor zou vormen van zijn literair werk. Hij geldt naast Stanislaw Ignacy Witkiewicz (Witkacy) (1885 - 1939) en Witold Gombrowicz (1904 - 1969) als een van de belangrijkste Poolse prozaschrijvers van de 20e eeuw.

Kunstenaar
Bruno Schulz werd in 1892 geboren in Drohobycz, in Gallicië, dat toen deel uitmaakte van het Oostenrijks-Hongaars keizerrijk. Zijn vader Jakub Schulz bezat een winkeltje in textiel. Al op vroege leeftijd legde hij een bijzondere liefde voor de beeldende kunst aan de dag. Vanaf 1910 studeerde hij architectuur aan de technische universiteit van Lemberg, het huidige Lwów. Gezondheidsredenen dwongen hem echter zijn studie voortijdig te beëindigen.

Tijdens de eerste wereldoorlog verbleef hij in diverse kuuroorden. In 1917 vertrok hij naar Wenen waar hij een korte tijd lithografie en tekenen studeerde aan de Academie voor beeldende Kunsten. Na drie maanden echter keerde hij terug naar zijn geboorteplaats, die hij behalve voor enkele reisjes binnen Polen, een bezoek aan Parijs en een boottochtje naar de Deense kust niet meer zal verlaten.

Van 1924 tot 1939 was Schulz werkzaam als docent artistieke vorming aan het plaatselijke gymnasium dat hij zelf als leerling had bezocht. In Drohobycz leefde hij in grote afzondering, ver van de literaire en artistieke coterieën van Warschau. Aanvankelijk hield hij zich voornamelijk bezig met schilderen en tekenen en het vervaardigen van etsen. Hij maakte een serie expressionistische pentekeningen, vaak masochistisch van karakter, die hij bijeenbracht in een portfolio onder de titel Xięga Balwochwalcza , (Het Boek der Afgoderij) (1920). Deze uitgave leverde hem de dubieuze classificatie 'demonologist' op.

Schrijver
Hoewel Schulz naast Pools, Duits en Jiddisch [bron?] sprak, koos hij ervoor in het Pools te publiceren. In 1928 schreef hij zijn eerst korte verhaal Noc Lipowa, (Een Julinacht), dat pas later zou worden opgenomen in de bundel Sanatorium pod Klepsydra. Vanaf 1930 verschenen er verschillende literaire kritieken van zijn hand in de Wiadomości Literackie. In ditzelfde tijdschrift publiceerde hij in 1933 zijn eerste korte verhaal Ptaki, (De Vogels). In die tijd correspondeerde Schulz met de Pools-Yiddische filosofe, dichteres en essayist Deborah Vogel, die hij via Stanislaw Ignacy Witkiewicz had leren kennen. Later, vanaf 1938, voerde hij een korte briefwisseling met zijn grote voorbeeld Thomas Mann. Op aanraden van Zofia Nałkowska, een gerespecteerde Poolse romanschrijfster, die hij enkele malen in haar huis in Warschau had opgezocht, besloot hij enkele brieven, waarin hij het leven van de bewoners van Drohobycz beschrijft, als korte verhalen onder de titel Sklepy Cynamonowe te publiceren. In 1938 ontving Schulz de prestigieuze 'Gouden Lauwerkrans' van de Poolse Academie voor Schone Letteren.

Oorlogsjaren
Van 1939 tot 1941 woonde hij in het door de Russen bezette deel van Polen, later toen de Duitsers de Sovjet-Unie binnen vielen, kwam Drohobycz onder Duits bestuur. Tijdens de Duitse bezetting werd Schulz, die geboren was uit Joodse ouders, gedwongen in het getto van Drohobycz te wonen, hoewel hij, naar wordt aangenomen, enige tijd de bescherming genoot van een Duitse officier, Felix Landau, een fervent kunstliefhebber, die zijn tekeningen en schilderijen hogelijk bewonderde. Dit stelde hem in staat het getto af en toe te verlaten.

In 1942 probeerde Schulz zijn tekeningen en manuscripten in veiligheid te brengen en maakte hij plannen met het valse identiteitsbewijs dat hij van Zofia Nałkowska had gekregen Drohobycz te verlaten en naar Warschau te vluchten. Het liep echter anders. Op 19 november van dat jaar werd hij op straat doodgeschoten door Karl Günther, een officier van de Gestapo en een rivaal van Landau, die vermoedelijk wraak wilde nemen voor de moord op zijn eigen protegé, de tandarts Löwe.

Literaire nalatenschap
Schulz' literaire nalatenschap is uiterst beperkt gebleven. Zijn reputatie berust grotendeels op twee bundels korte verhalen: Sklepy Cynamonowe, (De Kaneelwinkels) (1934), en Sanatorium pod Klepsydra (Sanatorium Klepsydra) (1937), die samen de 'Genealogische Biografie' vormen. Hierin slaagt hij erin de kleine wereld van zijn kinderjaren in Drohobycz tot een mythisch universum om te vormen; zijn geboortehuis, het centrale marktplein, het winkeltje van zijn ouders, het labyrintische netwerk van straten, het spel tussen licht en donker, de sadistische huishoudster, de groteske gestalte van zijn vader en diens bonte verzameling vogels worden overladen met betekenissen waardoor zijn verhalen zich onttrekken aan de biografische beschrijving. Het is Schulz niet te doen om het vertellen van een verhaal (de afwezigheid van een plot of een idee is opmerkelijk), maar om een proces van regeneratie, een 'groei tot onvolwassenheid'. Zijn verhalen willen een resonantie zijn van de vergeten en verborgen histories en een terugkeer bewerkstelligen naar de oude semantiek. Zij kunnen worden beschouwd als een diepgaand sporenonderzoek, een excentrieke literaire archeologie van het 'geniale tijdperk' van de integrale mythologie dat ten grondslag ligt aan alle menselijke ervaring en ideeën, maar dat door de fraseologie, de groei van kennis en de praktische behoeften is gefragmenteerd. Hij grijpt hierbij niet alleen terug op zijn kindheidservaringen in Drohobycz, maar kan tevens putten uit de rijke Joodse verhalende traditie: de boeken van het Oude Testament, de Kaballa, de Talmud en de Chassidische vertellingen en legendes, zoals die zijn verzameld door Martin Buber in de omvangrijke bloemlezing Die Chassidischen Bücher (1927).

Schulz' stijl is zeer opvallend en wordt gekenmerkt door barokke, enigszins exuberant aandoende zinnen, die echter nooit een zuiver decoratieve functie vervullen, maar een poging zijn de rijkdom van het verleden in het woord te actualiseren. Hierdoor wordt hij vaak met Marcel Proust vergeleken. Anderen wijzen op de verwantschap met Thomas Mann en Franz Kafka, wiens roman Het Proces hij samen met zijn toenmalige verloofde Jozefina Szelińska in het Pools vertaalde (1936). Deze vergelijkingen schieten echter tekort en doen geen recht aan het volstrekt unieke karakter van zijn werk.

Naast zijn twee eerder genoemde bundels zijn enkele korte prozateksten bewaard gebleven, waaronder enkele losse verhalen, een kort essay over het wezen van de mythe Mityzacja Rzeczywistości, (De Mythisering van de Werkelijkheid), (1936) en een novelle Kometa, (De Komeet) (1938), die in een Pools literair tijdschrift werd gepubliceerd. In 1975 verscheen er postuum een verzameling brieven, onder de titel Księga Listów, (Het Brievenboek).

Veel van Schulz' werk is tijdens de oorlog verloren gegaan, waaronder een groot deel van zijn schilderijen, een Duitse novelle getiteld Die Heimkehr, waarvan hij een kopie (die na de oorlog eveneens onvindbaar bleek) naar Thomas Mann stuurde, en het manuscript voor een omvangrijke roman Mesjasz, (De Messias), waaraan hij vermoedelijk vanaf 1934 had gewerkt. In 2001 ontdekte de Duitse documentairemaker, Benjamin Geissler, die met een filmploeg Drohobycz bezocht, enkele muurschilderingen die Schulz in de laatste weken voor zijn dood in de villa van Felix Landau had gemaakt. Niet lang daarna werden enkele fragmenten van deze fresco's door vertegenwoordigers van Yad Vashem naar Israël overgebracht, zonder dat zij hiervoor toestemming hadden gekregen van de Oekraïense autoriteiten. De restanten werden tentoongesteld in het museum van Drohobycz.

Nachleben
Hoewel het proza van Schulz niet de wereldwijde bekendheid verwierf die het werk Marcel Proust en Franz Kafka ten deel viel, wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste en origineelste stilisten van het interbellum. Schrijvers als John Updike, Philip Roth, Isaac Bashevic Singer, Cynthia Ozick, David Grossman, Bohumil Hrabal en Danilo Kis hebben hun grote waardering voor zijn werk uitgesproken. De Nederlandse vertaling van zijn Verzameld Werk door Gerard Rasch werd in 1997 met de Martinus Nijhoff-prijs onderscheiden.

In 1986 maakten de Amerikaanse gebroeders Stephen en Timothy Quay een korte animatiefilm The Street of Crocodiles, die gebaseerd was op een Engelse vertaling van Schulz' eerste verhalenbundel De Kaneelwinkels.

Vertalingen door Gerard Rasch
1972 - De Kaneelwinkels
1977 - Nimrod
1980 - Sanatorium Klepsydra
1982 - De Straat van de Krokodillen
1992 - De Komeet
1995 - Verzameld Werk

Poolse Kafka' maakte fresco's voor nazibaas
BRUSSEL - Vergeten fresco's van de schrijver/kunstenaar Bruno Schulz zijn in Jeruzalem in ere hersteld. De fresco's die hij voor een nazibeschermeling had moeten schilderen hingen zestig jaar lang aan een kamermuur in Drohobycz in Oekraïne; de bewoners wisten al lang niet meer dat ze er waren. Na een diplomatiek dispuut zijn ze nu overgebracht naar het Holocaust Museum in Jeruzalem. - GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Bruno_Schulz


Pageviews vandaag: 1318.