kunstbus
Dit artikel is 15-04-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Johan Fabricius

Johan Fabricius (Bandung, 24 augustus 1899 - Glimmen, 21 juni 1981) was een Nederlands schrijver, journalist en avonturier. Fabricius schreef een oeuvre van bijna tachtig titels, maar hij is vooral bekend door zijn jeugdboek De scheepsjongens van Bontekoe.

Jeugd
In Bandoeng in het toenmalige Nederlands-Indië ziet Johan Fabricius op 24 augustus 1899 het levenslicht. Zijn vader is de journalist en toneelschrijver Jan Fabricius (1871-1964), zijn moeder Minke Dornseiffer, afkomstig uit een domineesfamilie. Het gezin Fabricius 'pendelt' met de jonge Johan enkele malen tussen Nederland en Nederlands-Indië. Dientengevolge brengt Johan met tussenpozen in totaal tien, maar wel bepalende jeugdjaren door in zijn geboorteland. Nederlands-Indië blijft altijd een sterke aantrekkingskracht op hem uitoefenen.

Veelzijdigheid
Johan ontwikkelt een warme band met zijn reislustige en artistieke vader, met wie hij veel karaktertrekken deelt. Eenmaal terug in Nederland, volgt hij een teken- en schilderopleiding aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten. Dat tekentalent gebruikt hij later voor het illustreren van zijn eigen boeken. De in de jaren twintig voor Calvé-Delft uitgegeven sprookjesreeks De wondere avonturen van Arretje Nof dankt zijn succes grotendeels aan deze illustraties.
De avontuurlijk ingestelde Fabricius neemt in 1918 dienst in het Oostenrijkse leger. Hij maakt tekeningen aan het front. Enkele van zijn verhalen worden gepubliceerd in De Gids. Zijn belevenissen aan het Oostenrijks-Italiaanse front legt hij vast in De oorlog van de kleine paardjes (1975).

Start als schrijver
In 1922 vindt Fabricius een uitgever voor zijn jongensboek Eiko van de Reigerhof. De jaren daarna richt hij zich vooral op het schilderen, tekenen, kostuumontwerpen en acteren. Daarom duurt het tot 1927 voor zijn schrijverscarrière echt van de grond komt. In dat jaar verschijnt het komische Het meisje met de blauwe hoed, gebaseerd op zijn ervaringen tijdens zijn militaire diensttijd in 1920. Het boek wordt in 1934 verfilmd en nog in 1972 als televisieserie vertoond met Jenny Arean in de titelrol. In 2004 wordt de serie opnieuw uitgezonden en is thans op dvd verkrijgbaar.

Stijgende populariteit
De scheepsjongens van Bontekoe (1924) had ook wat tijd nodig om een succes te worden. Het spannende verhaal heeft als basis het beroemde journaal van de reis naar Azië rond 1620 van kapitein Willem IJsbrandz. Bontekoe. Inmiddels spreekt het al generaties lezers aan. In Padde, Rolf en Hajo herkent menig (jonge of oude) jongen zich. In brons gegoten kijken de scheepsjongens sinds 1968 uit over de haven van Hoorn. Het boek is nog altijd zeer populair. In 2007 is de verfilming van het boek een grote bioscoophit. In 2011 is alweer de 33e druk verschenen, nog altijd bij uitgeverij Leopold.

Voor de oorlog
In de jaren dertig wordt Fabricius als auteur eigenlijk alleen maar succesvoller en kan hij 'van de pen' gaan leven. Komedianten trokken voorbij (1931), wordt het eerste deel van een zeer populaire trilogie die zich afspeelt in het 18e-eeuwse Italië. Het boek levert Fabricius de C.W. van der Hoogt-prijs op. Zijn schrijfproductie lijdt nauwelijks onder zijn reislust. Fabricius is daarin verwant aan andere reizende schrijvers, zoals A. den Doolaard en de dichter Slauerhoff. Fabricius' reisindrukken vormen de voedingsbodem voor menige roman, zoals Venetiaansch avontuur (1931).

Tweede Wereldoorlog
In 1933 protesteert Fabricius op het PEN-congres tegen de boekverbrandingen in Duitsland. Daardoor komt hij bij de nazi's op de lijst van verboden auteurs. Als gewaarschuwd man wijkt hij in mei 1940 met zijn joodse vrouw uit naar Engeland. In dienst van Radio Oranje verzorgt hij radiopraatjes voor bezet Nederland. De Japanse bezetting van Nederlands-Indië in 1942 wakkert in Fabricius het verlangen naar zijn tropische geboorteland aan. Dat zal vanaf dat moment een constante blijven in zijn boeken. Titels als Eiland der demonen : roman over Bali (1948, nog een herdruk in 2001) en Gordel van smaragd (1953) getuigen daarvan.

De latere jaren
Van Fabricius' hand verschijnen na de oorlog veel boeken. Daaronder zittenenkele knappe romans, zoals De heilige paarden (1959), maar zijn hoogtijdagen zijn voorbij. Zijn weelderige vertelstijl past niet meer in de heersende opvattingen over literatuur. Fabricius laat in een interview met Vrij Nederland op 9 november 1968 weten het gevoel te hebben niet juist begrepen te zijn in Nederland. De scheepsjongens van Bontekoe zorgt er tot op heden echter voor dat Fabricius niet geheel in de vergetelheid is geraakt.

Bron: www.kb.nl/themas/nederlandse-literatuur-en-taal/schrijversalfabet/johan-fabricius-1899-1981

De scheepsjongens van Bontekoe
Dit kinderboek is geïnspireerd door het journaal van Willem Ysbrants Bontekoe. Het is erg leuk voor iemand die als kind dit boek heeft gelezen, om later het journaal na te lezen. Een aantal in het journaal genoemde personen en gebeurtenissen komt ook in het boek voor, maar een aantal zijn ook door Fabricius verzonnen. In tegenstelling tot het journaal, is in dit boek de hoofdrol voor de scheepsjongens Hajo, Rolf en Padde.

Hajo en Rolf nemen als scheepsjongens dienst op de Nieuw-Hoorn. Padde, Hajo's boezemvriend, wordt scheepsjongen tegen wil en dank doordat hij een dutje doet aan boord en niet merkt dat het schip wegvaart. De jongens vormen een hechte vriendschap die goed van pas komt omdat de "omes", oudere matrozen, hen graag mogen plagen. Vooral Padde is met zijn dikte en naïviteit een geliefd doelwit, maar ook Rolf die kan lezen wordt wel eens door de analfabete matrozen getreiterd. Padde wordt uiteindelijk botteliersmaat, het hulpje van de bottelier.

Padde veroorzaakt een brand door een brandende spaander in een vat brandewijn te laten vallen. De vloeistof vat vlam en uiteindelijk ontploft het schip. Zeventig van de ruim tweehonderd opvarenden overleven en varen in een jol naar Sumatra. Daar worden Padde, Hajo, Rolf en koksmaat Harmen gescheiden van hun maten door een inheemse stam die hen overvalt. De overgeblevenen vertrekken en de vier moeten zelf naar Bantam zien te komen. Dit lukt ze, ondanks de vijandigheid van de bevolking en de dichte jungle met zijn vele gevaren. De vier schepen zich in voor de terugreis naar Hoorn.


Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 682.