kunstbus
Dit artikel is 27-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

rederijker

De rederijker (m.), ~s == lid van een kamer van retorica of rederijkerskamer, dichter in rederijkerstrant.
De rederijkerskamer == als gilde georganiseerde vereniging ter beoefening van de rederijkersdichtkunst.

Een rederijker is iemand die de welsprekendheid (retorica) beoefent. Een specifieke betekenis kreeg dit woord in de late Middeleeuwen toen amateur-dichters zich verenigden in geestelijke broederschappen die rederijkskamers werden genoemd. Het woord zelf is een vernederlandsing van het Franse woord "Rhétoriqueur": hij die de retorica beoefent.

In de periode 1300 tot 1500 was er weinig vertier. De mensen gingen toen met een clubje bij elkaar liederen dichten en zingen en toneelstukken spelen.

Dit gebeurde vooral in de Zuidelijke Nederlanden. De rederijkers verenigden zich in zogenaamde rederijkerskamers, die vaak ontstaan zijn als culturele afdeling van de gilden. Elke kamer had een beschermheer of prince, een deken (voorzitter) en een factor (de tekstdichter). Zo was Anthonis de Roovere factor van de Brugse rederijkerskamer 'De Heilige Geest'. Te Antwerpen moet 'De Violier' en te Amsterdam 'De Eglantier' genoemd worden.

De rederijkerspoëzie bracht nieuwe dichtvormen zoals het referein en de 'rhetorike extraordinaire': het schaakbord, het kreeftdicht en dergelijke meer. Kunstige rijmen en gezochte woordconstructies waren schering en inslag. Inhoudelijk onderscheidde men drie genres: 'in 't vroede' (ernstige poëzie), 'in 't amoureuze' (liefdesgedichten) en 'in 't sotte' (komische, soms schunnige gedichten).

Er waren ook wedstrijden om uit te maken welke Rederijkersgroep het beste toneel kon spelen. Deze wedstrijden heetten landjuwelen. Voorbeelden hiervan zijn Elckerlijc en Mariken van Nimwegen. De winnaar kreeg een prijs en moest de volgende keer de wedstrijd organiseren.

Rederijkers nu
Rederijkers bestaan nog steeds. De meeste rederijkerskamers zijn tegenwoordig gezelligheidsverenigingen, maar vooral in het noorden van Nederland is er een levendige cultuur binnen de daar gevestigde rederijkerskamers. Deze Groningse kamers stammen uit veel latere tijd dan de "oude" kamers uit de zuidelijke Nederlanden. Uit noodzaak Nederlands te leren (handel met "het westen"/"Holland") werden door Groningssprekende notabelen en boeren in Groningse dorpen rederijkerskamers opgericht. Deze zijn tegenwoordig verenigd in de KPGRV (Koninklijke Provinciale Groningse Rederijkers Vereniging). Binnen de meeste van de aangesloten verenigingen streven de leden naar hoogwaardig amateurtoneel, wordt poëzie voorgedragen en wordt jeugd onderricht in de theater- en poëziekunst. Elk jaar is er een concours (toneel- en voordrachtwedstrijd) tussen de verschillende kamers van de KPGRV.

Ook in Vlaanderen leeft de rederijkerscultuur nog. Sinds 2004 bestaat er Gentiaan (rederijkerskamer), een Gentse kamer.


Pageviews vandaag: 73.