kunstbus
Dit artikel is 16-11-2008 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Renate Rubinstein

Nederlandse schrijfster, journaliste en columniste, geboren in Berlijn, 16 november 1929, overleden in Amsterdam, 23 november 1990.

Renate Rubinstein schreef reisverhalen voor Avenue en was columniste van Vrij Nederland onder het pseudoniem Tamar. Kenmerkend voor haar stukken is dat zij helder en scherp formuleert en in haar polemische stukken door het modieuze of holle jargon prikt. Daarbij speelt een sterk ontwikkeld individualisme een grote rol. Ook in haar niet-polemisch proza is zij steeds op zoek naar dingen die het individu werkelijk bewegen. Blijkens het motto van Hedendaags feminisme (1979), waarin zij de fraseologie van het feminisme bestrijdt, is zij beïnvloed door Carry van Bruggen.

Levensloop
Rubinstein werd geboren in Berlijn, als oudste kind van een joodse vader (zakenman) en een niet-joodse moeder. De beeldhouwster Gerda Rubinstein is een jongere zus van haar.

Ze moest op jonge leeftijd vluchten, waarna zij via Amsterdam in 1935 en Londen uiteindelijk in 1939 weer in Amsterdam terechtkwam.
De vlucht van familie Rubinstein mocht niet baten, want de Duitsers arresteerden in 1940 haar Joodse vader en vermoordden hem later in Auschwitz. Deze gebeurtenis zou een bepalende factor worden in Rubinsteins leven en werk. Haar hele leven zou ze blijven zoeken naar een vader-figuur, wat volgens sommigen haar band met de Duits-Britse socioloog Norbert Elias zou verklaren.

Rubinstein volgde het Vossius Gymnasium te Amsterdam, maar werd na vier jaar van school gestuurd.

Renate Rubinstein werkte kort na de oorlog enige tijd bij uitgeverij Van Oorschot, en leefde samen met de jurist Willem Frederik van Leeuwen. Toen Renate Rubinstein 19 jaar was, woonde en werkte ze in Parijs.

Vervolgens werkte ze (na een ongelukkige liefde) drie jaar in een kibboets in Israël als schapenhoedster en studeerde twee jaar aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Hierna volgde ze nog een jaar colleges aan de universiteit van Kingston (Jamaica). Na deze tijd trouwt zij haar vriend Aad Nuis.

In 1955 werd ze toegelaten als student politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar studie, die ze na twee jaar afbrak, begon ze haar carrière als schrijfster onder andere bij het Nieuw Israëlitisch weekblad en Propria Cures. Later schreef ze voor Vrij Nederland (VN), Het Parool, NRC Handelsblad, Avenue, Hollands Weekblad, Hollands Maandblad en Tirade.

Haar VN-columns, die vanaf 1962 wekelijks verschenen onder het pseudoniem Tamar. Tamar betekent 'Palmboom' en komt voor in het Oude Testament (een tragische vrouwenfiguur). Haar columns omvatten zeer uiteenlopende onderwerpen zoals bijstandsmoeders (polemiek met Brandt Corstius over Selma Vrooland), wereldpolitiek, katten en bloemen.
Deze columns kenden een trouw publiek en waren regelmatig aanleiding voor felle polemieken met andere columnisten, zoals Hugo Brandt Corstius en W.F. Hermans. De laatste verzette zich met name tegen haar onredelijke en ongegronde aanval op Bep Turksma in een polemiek over Collaboratie en verzet, naar aanleiding van het door Rubinstein geredigeerde driedelige 'autobiografie' van Weinreb. (Hermans zegt dat Weinreb fout is geweest in de oorlog, Rubinstein zegt van niet).

Veel van haar columns zijn verzameld, o.m. in Namens Tamar (1964), Met verschuldigde hoogachting (1966), Tamarkolommen en andere berichten (1973) en Was getekend Tamar (1977).

In 1966 werd ze veroordeeld tot een geldboete wegens het plakken van leuzen tegen Claus von Amsberg die op het punt stond met Prinses Beatrix te trouwen. Haar woede tegen dat huwelijk slikte ze publiekelijk in toen ze merkte dat Von Amsberg een prima man was. (Het beste bewijs voor het eind van de brouille zou liggen in het feit dat Rubinstein door de RVD werd gevraagd een portret van de kroonprins te maken toen deze achttien jaar werd.).

Van haar vele reizen deed zij verslag in o.m. Jood in Arabië-Goi in Israël (1967).

In 1968 speelde ze een belangrijke rol in een poging tot rehabilitatie van Friedrich Weinreb. Samen met Aad Nuis redigeerde zij de geruchtmakende memoires van F. Weinreb.

Van haar afkeer van collectivisme, in het bijzonder van het Chinees en Russisch communisme, getuigen het Klein Chinees woordenboek (1975) en het als reactie op de anti-kernwapenbeweging geschreven Met gepast wantrouwen. Notities over de Hollandse ziekte (1982).

1970 Lofprijs van het Lucas-Ooms Fonds te Haarlem voor Jood in Arabië, Goi in Israël

In 1977 werd ontdekt dat ze multiple sclerose had. Dit bracht grote veranderingen in haar leven te weeg, die ze te boek stelde in Nee heb je (1985). Ook andere boeken die ze na deze tijd schrijft zullen over haar ziekte gaan.

Niets te verliezen en toch bang (1978) is een openhartig autobiografisch verslag van haar verbroken huwelijk, waarin zij helder, intelligent en relativerend haar eigen emoties beschrijft.

Blijkens het motto van Hedendaags feminisme (1979), waarin zij de fraseologie van het feminisme bestrijdt, is zij beïnvloed door Carry van Bruggen.

Rubinstein overleed 28-11-1990 op 61-jarige leeftijd. Ze werd begraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied.

Kort na haar dood verscheen haar boek Mijn beter ik waarin ze onthulde dat ze jarenlang een geheime verhouding had gehad met Simon Carmiggelt. Eerder was ze getrouwd met Aad Nuis en met Jaap van Heerden.

1979 Multatuliprijs van de gemeente Amsterdam voor Niets te verliezen en toch bang

Jan Greshoff-prijs 1986 voor 'Nee heb je'.

1988 Hélène de Montigny-prijs voor haar 'buitengewone verdienste ten opzichte van het mensdom in het algemeen' en 'voor haar moed, sprekend uit tal van publicaties'

Websites: GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Renate_Rubinstein


Pageviews vandaag: 584.