kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 04-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Theo Thijssen

Nederlands schrijver, onderwijzer, vakbondsman, sociaal-democratisch politicus en Amsterdammer, geboren in Amsterdam, 16 juni 1879, overleden in Amsterdam, 23 december 1943. Hij is vooral bekend als auteur van de roman Kees de jongen waarin hij de Nederlandse taal verrijkte met het woord "zwembadpas", een snelle manier van lopen die Kees had ontwikkeld.

Pseudoniemen: Th. Jonckbloedt, Rem Mada, R.M., D.O., F., A(ndré) le Maître, Alex Nijgaard, Frans Taus en Otto L. Fieggen (voor Barend Wels).

Levensloop
1e Leliedwarsstraat 16 in de Jordaan is het adres waar Theodorus Johannes Thijssen in 1879 als oudste van zeven kinderen werd geboren. Daar is nu een klein museum aan hem gewijd. Zijn vader was schoenmaker en het gezin verhuisde enige malen. Uiteindelijk naar Frans Halsstraat 60 waar zijn vader in 1890 aan TBC stierf. Zijn moeder, Alida Fieggen, begon daarna een kruidenierswinkeltje aan de Brouwersgracht 99.

Ondanks geldzorgen heeft zijn moeder ervoor gezorgd dat haar zonen een opleiding kregen. Zijn broer Henk bracht het tot accountant. Thijssen kon toen hij 15 jaar was na een zwaar toelatingsexamen met een rijksbeurs naar de Rijkskweekschool voor onderwijzers in Haarlem. In 1898 haalde hij zijn diploma (met een 9 voor Nederlands).

Op de kweekschool was hij actief in het schoolblad 'Baknieuws'. Het groeide onder zijn redacteursschap uit tot een landelijk gelezen blad. Thijssen publiceerde hierin enkele humoristische gedichten, beschouwingen over onder andere de nieuwe literaire richting van de Tachtigers – hij bewonderde vooral L. van Deyssel – en wat melodramatische prozaschetsen, waaruit al enige sociale betrokkenheid sprak. De Haarlemse kweekschooldirecteur beschouwde het blad als subversief en vaardigde een verbod uit. Daarop droeg Thijssen het hoofdredacteurschap zogenaamd over aan een leerling van de gemeentelijke kweekschool te Amsterdam. Sindsdien verschenen zijn artikelen onder diverse schuilnamen.

In 1899 vervulde hij zijn militaire dienstplicht in Naarden en in Amsterdam.

Thijssen was van 1898 tot 1921 onderwijzer op diverse openbare lagere scholen in Amsterdam-Oost.

In 1898 en 1899 publiceerde Theo Thijssen (o.a.) gedichten in de 'Almanak voor kweekelingen' onder het pseudoniem Frans Taus.

Theo Thijssen was van 1898 tot 1921 onderwijzer in Amsterdam. Hierin vond hij de inspiratie en de stof voor de meeste van zijn boeken. Hij werkte aan diverse scholen, o.a. aan de School letter W. aan het Hortusplantsoen en op school 104 aan de Tweede Boerhaavestraat (hier kreeg hij in 1905 een vaste baan). Scholen voor rijke kinderen hadden een naam, scholen voor arme kinderen alleen een nummer!

In 1899 werd zijn verhaal 'Tot een doel' opgenomen in 'Elseviers Maandschrift' (Jaargang 9, Deel 17, 1899 roman Barend Wels (Bussum 1908). Hier herkennen we al het ongekunstelde taalgebruik en de ironische toon van zijn latere werk.

In 1905 richtte hij samen met kweekschoolvriend Piet Bol het blad De Nieuwe School op, waarin zij kritische artikelen schreven over de pedanterie van onderwijs autoriteiten en ze domme schoolboekjes op de hak nemen. Maar vooral verwoordden zij het ideaal van de onderwijzer als meester in zijn klas. In dat tijdschrift schreef Thijssen ook feuilletons die leidden tot schoolromans als Barend Wels (1908), Schoolland (dagboekroman) (1925) en De gelukkige klas (1926).

Wie tegenwoordig tegen regelzucht in het onderwijs protesteert, zou Thijssen moeten lezen. Hij vond wat er in de klas gebeurde in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de onderwijzer. Thijssen maakte furore als cynisch ontmaskeraar van al te theoretische lesmethoden. Hij pleitte hartstochtelijk voor meer respect voor de praktijkkennis van de gewone klasseonderwijzer, die tenslotte dé expert was als het er om ging te bepalen hoe die ene klas van hem op ieder moment moest worden benaderd.

Thijssen schreef onder het pseudoniem Otto L. Fiegen (de achternaam van zijn moeder) het feuilleton 'Barend Wels' (over een beginnend onderwijzer die voortdurend bezig was met het halen van nieuwe onderwijsaktes om zo snel mogelijk schoolhoofd of onderwijzer op een Hoogere Burger School te worden). In 1908 verscheen Barend Wels in boekvorm. Zijn eerste proza in de sfeer van het toen heersende naturalisme werd geen succes. In Barend Wels schreef hij al een paar fragmenten over de fantasierijke jongen Kees, die hij later zou uitwerken tot zijn beroemdste roman "Kees de jongen".

Op 1 november 1906 trad hij in het huwelijk met Johanna Maria Zeegerman, handwerkonderwijzeres, met wie hij een zoon kreeg. Na haar overlijden op 6 oktober 1908 hertrouwde hij op 8 november 1909 met Geertje Dade, eveneens handwerkonderwijzeres, met wie hij een dochter en twee zoons kreeg.

Jongensdagen (proza voor kinderen, illustraties van Jan Sluijters) (1909)

In 1914 (Eerste Wereldoorlog) werd Theo Thijssen ingekwartierd op het fort bij Uithoorn.

In 1921 werd Thijssen bezoldigd bestuurslid van de Bond van Nederlandse Onderwijzers, de voorloper van de Algemene Onderwijsbond (AOB). Hij werd redacteur van de bondsbladen "De Bode" (over arbeidsomstandigheden van de onderwijzers) en "School en huis" (over opvoeding). In dat laatste blad werkte hij de eerdere losse schetsen over de jongen Kees uit tot een doorlopend feuilleton, "Kees, de jongen", dat in 1923 als boek verscheen. Ook zijn romans "Schoolland" (1925) en "De gelukkige klas" (1926) verschenen eerst als feuilleton in dit blad.

Kees de jongen (Bussum, 1923) is een roman over een gewone Amsterdamse volksjongen van dertien jaar. De hoofdpersoon, Kees Bakels, gebruikt in deze roman zijn fantasie tegen de harde realiteit. Uit de treffende tekening van gezin, school en jeugd en de onderscheiding tussen de fantasiewereld en de werkelijkheid van de hoofdpersoon, blijkt zijn grote liefde voor het kind.

Net als de bekende onderwijsvernieuwer Jan Ligthart (ook opgegroeid in de Jordaan) had Thijssen veel aandacht voor de leerling als individu - destijds een vrij nieuw inzicht. Maar tegelijk bleef hij de klas als sociale eenheid heel belangrijk vinden, zoals blijkt uit het slot van zijn roman De gelukkige klas (1926): “M’n heerlijke, lieve, lastige stel, ik weet eigenlijk maar éen ding: de jaar of wat dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben, behoren wij enkel maar een gelukkige klas te zijn. En de rest is nonsens hoor, al zal ik dat júllie nooit zeggen.”

In al zijn letterkundig werk staat wisselend de schoolklas, de onderwijzer, het gezin, maar bovenal het kind centraal. Het opmerkelijkst blijkt dat uit Het grijze kind (Bussum, 1927), waarin hij de pedagogische, sociale en onderwijskundige situaties van die tijd ironiseerde.

Net als zijn vader koesterde Thijssen van jongs af aan socialistische sympathieën, al werd hij pas in 1912 lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), voorloper van de PvdA. Voor deze partij werd hij van 1933 tot 1940 lid van de Tweede Kamer en van 1935 tot 1941 van de Amsterdamse gemeenteraad.

Als hij Tweede Kamerlid is huren ze 's zomers een vakantiehuis in Castricum of in Bergen aan Zee. Vrienden, buren en collega's komen hier in de vakanties op bezoek.

In de Tweede Wereldoorlog komt de Tweede Kamer niet meer bijeen en zit Thijssen zonder werk. In de ochtend van het leven, jeugdherinneringen over de stad Amsterdam, verscheen in 1941. Thijssens autobiografische werk In de ochtend van het leven was naar eigen zeggen het enige boek dat eigen jeugdherinneringen bevat.

Na de Februaristaking in 1941 wordt hij door de Duitsers gearresteerd. Ze denken dat hij (als oud-vakbondsleider) de staking mee heeft georganiseerd. Hij zit zes weken in de gevangenis aan de Amstelveenseweg.

Eind 1943 wordt hij ziek (acute longontsteking, hartinfarct én hersenbloeding) en overlijdt op 23 december.
Theo Thijssen werd op 28-12-1943 begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam (vak 58 C16). Zijn graf werd in 1953 (1955?) geruimd. Op 16-06-2005 werd op de plaats van zijn graf een (glas)monument onthuld, gemaakt door Jan Wolkers.

Pas na dood werd zijn literaire werk, gekenmerkt door de sfeertekening en een uitstekend invoelen van de kinderfantasie, gewaardeerd.

Trivia:
. De vroegere Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur is vernoemd naar Thijssen, en heet nu de Theo Thijssenprijs.

Websites: GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Theo_Thijssen


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1932.