kunstbus

(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


teak fruitschaal of saladeschaal van Alfi voor Hans Hansen

Een grote stijlvolle teak salade- of fruitschaal, in de jaren vijftig vervaardigd door het Deense bedrijf Alfi voor de befaamde winkel en werkplaats Hans Hansen in Kolding, Denemarken. Het stickertje van het warenhuis zit nog op de bodem geplakt.
Prijs: € 800

Dit artikel is 18-04-2009 voor het laatst bewerkt.

Voorzetsel

Het voorzetsel [-s] o

Woord dat de betrekking uitdrukt waarin een zelfstandig naamwoord tot andere woorden van de zin staat.

Een voorzetsel (of prepositie) is een onverbuigbaar woord zoals: aan, bij, door, in, naast, om en tussen, dat de aard van de relatie tussen verschillende elementen in de zin aangeeft:
. Het kantoor is open om/na/vanaf tien uur.
. De fiets staat op/onder/naast de brommer.
. Schilder je met een roller of een kwast?

voorzetselgroep
De combinatie van voorzetsel en zelfstandig naamwoord of zelfstandig-naamwoordgroep (bijv. naast de brommer, met een kwast, op tafel, in de kast, onder de blauwe hemel, krachtens het besluit van de minister) wordt voorzetselgroep (of: voorzetselconstituent) genoemd.

Voorzetseluitdrukking
Een voorzetseluitdrukking is een vaste combinatie van woorden die in zijn geheel de functie van voorzetsel vervult. Voorbeelden zijn: door middel van, in verband met, met betrekking tot, met medewerking van, op grond van, ten aanzien van, ten opzichte van, uit hoofde van.

Een voorzetsel staat gewoonlijk voor het element waar het bij hoort, maar het kan er soms ook achter staan (men spreekt dan wel van een achterzetsel), bijvoorbeeld:
. Ze reden het tuinpad op.

Een aantal werkwoorden of werkwoordelijke uitdrukkingen wordt verbonden met een zogenaamd vast voorzetsel, bijvoorbeeld: belang hechten aan, grenzen aan, afrekenen met, snakken naar, wachten op, bestand zijn tegen.

Een voorzetselvoorwerp is een zinsdeel dat wordt ingeleid door een vast voorzetsel dat verbonden is met een werkwoord. Net als een lijdend voorwerp duidt een voorzetselvoorwerp een zelfstandigheid aan waarop de handeling of werking die door het gezegde wordt uitgedrukt, direct gericht is. Voorbeelden:
. De voorzitter stemde in met het voorstel.
. Hij heeft die gedachte ontleend aan het werk van zijn leermeester.

Om te beoordelen of een woord een voorzetsel betreft kan worden gekeken of het kan worden geplaatst voor de woorden "de kooi". Zoals op, onder, voor, achter, tegen, naar, in, buiten, vanaf, met, zonder, bij enzovoorts. Het enige voorzetsel dat niet voor de woorden "de kooi" kan worden geplaatst is te.

Verbuiging
Anders dan in het Duits of in het Latijn worden alle voorzetsels in het Nederlands gevolgd door de vierde naamval (met uitzondering van het voorzetsel te, dat de derde naamval of de zevende naamval regeert, zie het voorzetsel te). Het is daarom dat men wel kan zeggen "ik heb het hun gegeven" of "ik heb het aan hen gegeven" en dat "ik heb het aan hun gegeven" foutief is. Een ander voorbeeld waarbij het niet in acht nemen van deze regel in de schrijftaal tot contaminatie leidt, is bij andere staande naamvalsvormen; zoals "den volke kond doen". Dit wordt soms verbasterd tot "aan den volke kond doen" in plaats van "aan het volk kond doen". Indien men een voorzetsel gebruikt mag men zich dus niet meer van een datiefvorm (den volke) bedienen.

Let op!
Men zegt wel dat in het Nederlands alle voorzetsels (met uitzondering van te) in den regel de vierde naamval (of accusatief) regeren, doch de facto is dit niet altijd het geval: in de schrijftaal wordt het zelfstandig naamwoord (op enkele vaste uitdrukkingen na) niet meer in de accusatief geplaatst, maar in de nominatief (eerste naamval), in de spreektaal wordt wel nog vaak de accusatief gebruikt (vooral in België). Dit verschijnsel doet zich enkel voor bij mannelijke woorden, daar de eerste en vierde naamval van vrouwelijke en onzijdige woorden identiek zijn (zie Verbuiging van het zelfstandig naamwoord en Verbuiging van het lidwoord). Voornaamwoorden staan echter wel altijd in de vierde naamval. Bijvoorbeeld:
. Ik ga naar de dokter: schrijftaal, de dokter is een zelfstandig naamwoord en staat dus in de eerste naamval (nominatief)
. Ik ga naar den dokter: spreektaal (België), den dokter is dus vierde naamval (accusatief)
. Jos en Tim spelen met de bal: schrijftaal, de bal is een zelfstandig naamwoord en staat dus in de eerste naamval (nominatief)
. Jos en Tim spelen met den bal: spreektaal (België), den bal is dus vierde naamval (accusatief)
. In den regel worden alle voorzetsels in het Nederlands geregeerd door de accusatief: vaste uitdrukking, den regel is dus vierde naamval (accusatief)
. Op den duur gingen alle mannen aan den toog zitten: vaste uitdrukkingen, den duur en den toog zijn dus vierde naamval (accusatief)
. De vrouw lag in de zon nabij het huis: de zon is vrouwelijk en het huis is onzijdig, zodat de eerste naamval en de vierde naamval identiek zijn.
. Marina kwam naar mij toe: mij is een persoonlijk voornaamwoord en staat bijgevolg in de vierde naamval (de eerste naamval is ik, Marina kwam naar "ik" toe is foutief)
. Peter liep om hen heen: hen is een persoonlijk voornaamwoord en staat bijgevolg in de vierde naamval (de vormen Peter liep om ze heen (eerste naamval) en Peter liep om hun heen (derde naamval) zijn, hoewel beide vormen tegenwoordig vaak gehoord worden, foutief)

Sommige voorzetsels worden in vaste uitdrukkingen en veelal in figuurlijke betekenissen nog geregeerd door de derde naamval:
. De moord was met voorbedachten rade gepleegd.
. In den beginne was er niets.
. Hij is van goeden huize.

Voorzetsels uit vreemde talen blijven door hun oorspronkelijke naamvallen geregeerd, zelfs als deze naamvallen in het Nederlands normaler wijze niet voorkwamen:
. De facto (zesde naamval)
. Cum laude (zesde naamval)

Zoals eerder gezegd wordt het voorzetsel te (zie het voorzetsel te) geregeerd door, het zij de derde naamval, het zij de zevende naamval:
. De politie kwam te laat ter plaatse (derde naamval)
. We spreken af te mijnent (zevende naamval)

Oorsprong der voorzetsels
In oudere Indo-Europese talen (Latijn, oud-Grieks, Sanskriet, Gothisch, enz.) werd een veel groter aantal verbanden tussen werkwoorden en zelfstandig naamwoorden, of tussen zelfstandige naamwoorden onderling, aangeduid met naamvallen. Daarnaast kwamen ook toen al voorzetsels voor, die altijd door een bepaalde naamval werden "geregeerd", welke meestal zelf al een functie had die in de richting van dat voorzetsel gaat. (b.v. Latijn: ab urbe, van de stad vandaan; de ablativus heeft op zich zelf al de betekenis van verwijdering).

De taalkundigen gaan ervan uit dat in de Proto-Indo-Europese taal al dit soort verbanden uitsluitend met naamvallen werd aangeduid, waarvan er waarschijnlijk 8 bestonden. Daarbij werden soms bijwoorden geplaatst om het verband nauwkeuriger te omschrijven. Die werden vervolgens aangevoeld als voorzetsels, welke absoluut door de corresponderende naamval gevolgd moesten worden. Wanneer in een later stadium van de taalontwikkeling het naamvallenstelsel in verval raakte doordat verschillende naamvallen dezelfde vorm kregen, is het betrokken voorzetsel dan zelfstandig die functie gaan vervullen, die oorspronkelijk in hoofdzaak door de naamval werd vervuld.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Voorzetsel

(advertentie)
Er staan 3 artikelen in onze webwinkel Kunstbus


teak fruitschaal of saladeschaal van Alfi voor Hans Hansen

Een grote stijlvolle teak salade- of fruitschaal, in de jaren vijftig vervaardigd door het Deense bedrijf Alfi voor de befaamde winkel en werkplaats Hans Hansen in Kolding, Denemarken. Het stickertje van het warenhuis zit nog op de bodem geplakt.
Prijs: € 800

Pageviews vandaag: 928.