kunstbus
Dit artikel is 05-11-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

humus

Humus is het traag afbreekbare deel van organische stof in de bodem, ofwel aarde die ontstaan is uit vergane plantenresten. Het gaat hierbij om dood materiaal, van plantaardige en in mindere mate van dierlijke oorsprong (uitscheidingen van bodemfauna), waarbij de specifieke celstructuur van de oorspronkelijke bestanddelen door eerdere biologische afbraak reeds verloren is gegaan. Dit gehomogeniseerde karakter onderscheidt humus van de strooisellaag.

Humus is dus organische stof waarvan de gemakkelijk verteerbare delen van het organisch materiaal reeds zijn afgebroken door het bodemleven: bacteriën en schimmels. Bij een gezonde bodem is de bovenste laag donkerder van kleur dan de onderliggende lagen. Hoe zwarter de kleur, hoe hoger vaak het humusgehalte van de grond is.

Humus heeft een groot aantal positieve effecten op de bodem en de plantengroei. Het bevat niet alleen 'bouwstenen' (onder meer stikstof, fosfor en kalium) voor de vegetatie maar kan deze, door zijn elektrische lading, ook tijdelijk opslaan. Hierdoor voorkomt humus dat de voedingselementen uitspoelen naar diepere bodemlagen waardoor de plant ze niet meer kan opnemen. Verder verbetert humus de bodemstructuur in klei- en zandgronden en houdt het de bodem luchtig en vochtig.

De strooisellaag is dat deel van de bodem waar dode, gevallen bladeren en naalden nog herkenbaar aanwezig zijn. In de strooisellaag zijn de verteringsprocessen gaande van organisch materiaal.

'Humus' wordt ook wel abusievelijk als synoniem gebruikt voor "compost" en "teelaarde". Compost is echter het eindproduct van een door mensen gecontroleerd biologisch afbraakproces. Teelaarde, ook wel bekend als tuinaarde of tuingrond, is een bodemmateriaal van minerale en uitgerijpte organische aard.

Humus kan in soorten worden onderverdeeld op grond van meerdere criteria: chemische samenstelling; mate van afbreekbaarheid; structuur in samenhang met het milieu waarin een bepaalde humuslaag zich heeft gevormd.

Chemische samenstelling
De indeling naar chemische extraheerbaarheid berust op verschillen in oplosbaarheid van de bestanddelen van humus bij verschillende pH's. Humus wordt onderverdeeld in humine, fulvozuren, hymatomelaanzuur en grijze en bruine humuszuren.

De verschillende humuszuren kunnen een rol spelen bij de uitloging en transport (verspreiding) van verontreinigingen (o.a. zware metalen) in de bodem door middel van complexering en adsorptie.

Afbreekbaarheid

Bij de indeling naar afbreekbaarheid onderscheidt men:
- actieve, onbestendige of voedingshumus, en
- passieve, inerte of bestendige humus.

Voedingshumus

Voedingshumus bestaat uit gemakkelijk afbreekbare plantenresten die nog niet in echte humus zijn omgezet.

Bij het afbraakproces door bodemfauna en schimmels van voedingshumus komen, via meerdere tussenstappen, de voor planten onmisbare elementen stikstof (N) in de vorm van nitraat, fosfor (P) in de vorm van fosfaat, en zwavel (S) in de vorm van sulfaat, vrij in de bodem. Vervolgens nemen de planten, via hun wortels, deze in het bodemvocht opgeloste voedingszouten op.

Dit via biologische afbraak vrijkomen van anorganische verbindingen: koolstofdioxide, water en (anorganische) voedingszouten (mineralen) uit organisch materiaal heet mineralisatie.

Bestendige humus

Bestendige humus bestaat uit humusmoleculen en is meestal verbonden met de minerale delen van de grond: zand, klei, lutum (niet te verwarren met de zo even genoemde voedingszouten/mineralen). Deze humus wordt zeer langzaam afgebroken en kan zeer oud zijn (> 1000 jaar).

Vorm en ontstaanswijze
Humus kan ook worden ingedeeld naar het ontstaansmilieu.

In een terrestrisch (op land) milieu onderscheidt men:
• mull - een mechanisch (zonder chemische hulpmiddelen) niet te scheiden homogeen mengsel van organische stof, en lutum, typisch voor chemisch rijkere gronden. Mull is een goed verteerde, sterk gemineraliseerde humuslaag die meestal geleidelijk overgaat in de onderliggende bodemlaag.

• Moder: een tussenvorm tussen mull en mor humus.
• • bruine moder - een vorm zonder innige menging van organisch en mineraal materiaal, met veel kleine uitwerpselen van bodemfauna, typisch voor zandgronden
• • zwarte moder - een vorm met, naast moder, nogal wat amorfe humus

• ruwe humus of mor - overwegend amorfe humus, die zich tussen zandkorrels bevindt, typisch voor zure, arme gronden met weinig bodemontwikkeling. Mor is een weinig verteerd organisch dek dat weinig of niet vermengd is met de onderliggende horizont. Er komen ook bijna geen micro-organismen in deze humus voor zodat verdere afbraak moeilijk verloopt.

In een semi-terrestrisch (half-nat) milieu:
• anmoor - ontstaat daar waar nog geen veenvorming is

In een aquatisch (nat) milieu:
veen - door de sterk vertraagde afbraakprocessen zijn veel plantenresten nog herkenbaar
• gyttja - een modderige humusvorm, gevormd op de bodem van zuurstofarme, stilstaande en voedselrijke (eutrofe) tot voedselarme (oligotrofe) wateren, met (resten van) micro-organismen en planten
• sapropelium - vergelijkbaar met gyttja, maar gevormd onder anaerobe omstandigheden, waarbij H2S en methaan ontstaan.


Pageviews vandaag: 1812.