kunstbus
Dit artikel is 12-12-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

schotschrift

o. (-en), schimpschrift, pamflet dat iemand op smadelijke wijze aanvalt.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn
Het woord schots heeft in het Nederlands een groot aantal uiteenlopende betekenissen. Men bezigde het vroeger in de zin van: raar, mal, verkeerd, snaaks, dwars, schamper, aanmatigend, gulzig, schrokkig enzovoorts. Er zijn allerlei pogingen gedaan het woord te verklaren. De aannemelijkste theorie is die welke schots gelijkstelt met Schots, waarbij dus gedacht moet worden aan de eigenschappen die onze voorouders aan de Schotten toeschreven. In Huygens Voorhout klaagt een teleurgestelde minnaar: Hanght mijn rockje soo veul schotser, soo veul loomer als het sijn?

Vroeger bestonden er meer samenstellingen met schots dan nu. Hooft gebruikt schotsdicht voor wat wij een satire of hekeldicht zouden noemen; schotsreden komt in de 17de eeuw voor in de betekenis: hatelijkheid. De enige samenstelling die wij nog gebruiken is schotschrift: schimpschrift, pamflet. Eigenlijk zouden wij dus schotsschrif moeten schrijven met ss.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.


Er is nog niet op dit artikel gereageerd.

Pageviews vandaag: 49.